maandag 29 mei 2017

Een dagje naar het strand

LEVE DE BRANDING! (David Prudhomme & Pascal Rabaté)
Ieder jaar als de zon begint te schijnen en de temperatuur stijgt doet zich een merkwaardig verschijnsel voor: de trektocht naar het strand en de zee. Massaal trekken de mensen naar de kust in volgepakte auto's, die stilstaan of vooruit kruipen in de file. Of ze reizen dicht opeengepakt in stampvolle treinen. Allemaal met één doel: een paar uur genieten van warm zand, zout zeewater en een brandende zon. Bizar gedrag dat zich voordoet in  Nederland en België, maar ook in Frankrijk.
Als twee striptekenende cultureel antropologen beschrijven David Prudhomme en Pascal in Leve de Branding! zo'n dag aan het strand van het fictieve Franse kustplaatsje Poloyas. Het begint met de reis er naar toe. Een lange stroom auto's gaat op weg… en komt even later tot stilstand. Maar eindelijk is er dan het strand. Moeder vraagt zich af of ze topless gaat en vader houdt zijn buik in als hij langs het naaktstrand loopt. Er wordt gezwommen, gespeeld, geflirt, er worden zandkastelen gebouwd…
Met veel liefde en humor tonen Prudhomme en Rabaté een mooie dag in het leven van een willekeurige groep mensen. Het verhaal is knap gecomponeerd als een soort collage. Verschillende mensen gaan los van elkaar naar het strand en hun belevenissen worden gevolgd, maar soms raken al de verschillende verhaallijnen die ze meenemen elkaar en dan ontstaat er iets moois.
Leve de branding! is een kostelijk boek dat een kijkje biedt in een kleine badplaats en alle types die je daar tegenkomt. Ze drijven er de spot mee, maar doen dat met zoveel liefde dat het verhaal tegelijk ook een soort hommage is aan de strandvakantie. Een erg leuk boek.
 Scratch 2017; 120 pagina's; hardcover, kleur; € 24,90

☺☺☺☺

woensdag 24 mei 2017

Het huis waarin David Jones Bowie werd

HADDON HALL (Nejib)
Als huizen konden praten zouden ze heel wat te vertellen hebben. Neem nu Haddon Hall. Deze villa in een buitenwijk van Londen bood in de jaren zestig onderdak aan een kleurrijk gezelschap van artiesten en muzikanten met als spilfiguur David Jones, die in dit huis zichzelf zou uitvinden als David Bowie.

In de naar Haddon Hall genoemde graphic novel wordt het verhaal van de jaren die hij er doorbracht verteld door het huis zelf. Het verhaal begint aan het eind van de jaren zestig. Angie en David hebben het huis gekocht en organiseren een groot feest voor de Londense scene. Iedereen is er en het is al heel druk als Marc Bolan er arriveert en een rondleiding door het huis krijgt van David. In de daarop volgende maakt het huis van alles mee: er wordt geblowt, geneukt, geslapen en vooral veel gejamd.
David Bowie heeft enige bekendheid als popmuzikant en wat hitsucces gehad, maar het lukt niet om het succes te bestendigen. Uiteindelijk slaagt Marc Bolan er als eerste in om een platencontract in de wacht te slepen. Intussen slaat Bowie het aanbod af om een Engelse versie van Claude Francois' Comme d'habitude op te nemen onder de titel My way en gaat stug door met het ontwikkelen van zijn eigen stijl.
Uiteindelijk leiden al zijn inspanningen tot de creatie van Ziggy Stardust and the spiders from Mars en David wordt Bowie. De rest is geschiedenis. Het hele verhaal wordt in Haddon Hall verteld in lijntekeningen die vaak, maar niet altijd opvallend basic zijn ingekleurd. Af en toe slaat de psychedelica toe en spatten de kleuren van een pagina. Het past heel mooi bij het verhaal dat met veel humor verteld wordt.
Ongetwijfeld heeft de dood van Bowie een rol gespeeld bij de beslissing van de Engels uitgeverij om dit boek, dat oorspronkelijk in 2012 onopgemerkt bij Gallimard verscheen, te vertalen. Maar het was een goed idee.

Selfmade hero; 144 pagina's; hardcover, kleur; ₤ 14,99 

maandag 15 mei 2017

Op zoek naar de steenpatrijs

DE TRIOMF VAN MIJN VADER (Serge Scotto, Eric Stoffel & Morgann Tanco)
Marcel Pagnol (1895 - 1974) is een populaire auteur in Frankrijk. Hij debuteerde als toneelschrijver in 1925, schreef en regisseerde talloze films en toneelstukken en werkte vanaf 1957 aan Souvenirs d'enfance, een vierdelige serie romans met jeugdherinneringen.
La Gloire de mon Père is hiervan het eerste boek. Het verhaal speelt zich af aan het begin van de twintigste eeuw en beschrijft grotendeels een vakantie die de jonge Marcel met zijn ouders, jongere broer en zus, tante en 'oom' Jules doorbrengen in een villa tussen Aubagne en Aix in de Garrigue, een schitterende, rotsachtige omgeving. Marcel brengt er veel tijd door met zijn broertje in de natuur waar ze beide vaak verkleed als indianen op avontuur gaan. Marcels vader, een bescheiden onderwijzer en atheïst, heeft er heftige discussies met de katholieke snoever Jules. Op een dag besluit Jules om met Marcels vader te gaan jagen. Jules hoont de man die nauwelijks een deugdelijk geweer heeft, terwijl hij met een prachtig vuurwapen en een briljante techniek vrijwel nooit een prooi mist. Het is hun grote uitdaging om een steenpatrijs, de koning onder de patrijzen, te schieten. Ze beloven Marcel dat hij   met de jacht, maar breken hun belofte. De jongen volgt hen van een afstand en dankzij hem beleeft zijn vader de triomf waarnaar de titel van het boek verwijst.
De Franse stripuitgeverij Bamboo geeft sinds kort de jeugdherinneringen en toneelstukken van Pagnol, in samenwerking met zijn kleinzoon, uit als stripalbum en die reeks verschijnt nu ook in het Nederlands. De triomf van mijn vader is een heel fraaie stripversie van het boek (dat als roman niet in het Nederlands verkrijgbaar is) geworden. Morgann Tanco heeft een heel prettige tekenstijl waarin ze realistische decors combineert met half realistisch getekende personages. De sfeer van het boek is goed getroffen met overtuigende personages, mooie beschrijvingen, waarin de dichterlijke stijl van Pagnol zo veel mogelijk bewaard is gebleven en indrukwekkende decors. En hoewel die decors heel Frans zijn, zijn de thema;s die worden aangesneden universeel: de kindertijd, familieleven, respect voor de natuur en voor je medemensen.
Saga 2017; 104 pagina's; hardcover, kleur; € 24,95
☺☺☺

Deze bespreking verscheen in een iets andere vorm ook in De Boekenkrant van april 2017

woensdag 3 mei 2017

Leven in totale onzekerheid

GEGIJZELD (Guy Delisle)
Hoe voelt het om gegijzeld te zijn? Dat maakt Guy Delisle op indringende wijze duidelijk in Gegijzeld. Delisle maakte tot nu toe vooral reisverslagen. Hij leefde en werkte in verschillende delen van de wereld en maakte daar een paar mooie boeken over: Shenzen, Pyongyan, Birma en Jeruzalem.

In Gegijzeld beschrijft Guy Delisle 111 dagen uit het leven van Christophe André, een medewerker van een medische NGO die bij zijn eerste missie in de Kaukasus wordt ontvoerd. Hij wordt opgesloten en leeft wekenlang op groentesoep, brood en thee. Het grootste deel van de tijd verblijft hij geketend in totale eenzaamheid in zijn cel. Het is volkomen onduidelijk waarom hij ontvoerd is, hoe lang zijn gevangenschap zal duren en of hij het sowieso zal overleven.
Nadat Delisle  Christophe André  een paar keer had ontmoet en gesproken besloot hij om dit verhaal te vertellen. Gegijzeld is een dik boek geworden waarin bijna niets gebeurd. Dat is niet negatief bedoeld, het is een bewuste en heel goede keuze. De pagina's gaan aan je voorbij zoals de dagen aan André voorbijgingen tijdens zijn gevangenschap, eentonig en bijna zonder dat er iets gebeurt. Elke dag lijkt hetzelfde en door op een subiele manier te spelen met kleur, licht en schaduw geeft Delisle Christophes wisselende stemmingen weer van hoop naar wanhoop en totale doodsangst. Door op deze manier te werk te gaan kunnen we ons verplaatsen in zijn situatie.
En die grijpt je naar de keel. Gegijzeld is een indringend boek en het is moeilijk om het in een keer uit lezen. Guy Delisle is erin geslaagd om een meeslepend verhaal te maken dat je er als  lezer bijna tastbaar bewust van maakt hoe het voelt om in een situatie van totale onzekerheid te verkeren. Een knappe prestatie.
Scratch 2017; 432 pagina's; paperback, kleur; € 29,90

☺☺☺☺☺