woensdag 15 maart 2017

Eenzame pubers en een vervallen pretpark

WOLVEN (Ward Zwart & Enzo Smits)
Aan de kust bij het stadje Hazenberg ligt een ruïne. De vervallen constructies getuigen ervan dat hier ooit een groots pretpark was met een achtbaan en het schitterende Aquadome. Wonderworld, zo heette het, is nooit gesloopt. Nu hangen er bij de resten van het pretpark jonge skaters rond die er een vuurtje stoken, bier drinken en sigaretten roken. Jongens zoals Kip. Kip is een puber die alleen woont met zijn moeder, een lusteloze vrouw die alleen van de bank afkomt om naar het bed te gaan en nauwelijks aandacht aan haar  zoon besteed. Het gaat niet goed met Kip, die na een val bij het skaten waanbeelden krijgt.
Wonderworld is een van de drie verhalen in Wolven van de Brusselse cineast Enzo Smits en de Antwerpse illustrator  Ward Zwart. Hun samenwerking leverde een opmerkelijke uitgave op die niet alleen opvalt door de inhoud, maar ook door de vorm. De pagina's zijn gedrukt op dun papier en de tekeningen hebben door het drukproces "in één pantone kleur" een bijzondere diepte gekregen, ieder detail is even helder. Het boek heeft bovendien een paar opvallende extra's, zoals een ingeplakt krantenbericht, een ansichtkaart van Wonderworld in haar glorietijd en een geniet boekje met nog een vierde verhaal: Gijsbrecht.
Maar terug naar de inhoud. Chip is,  in het eerste verhaal, een eenzame jongen, een loner, die zijn huis niet verlaat. Toch laat hij zich door Lilly, een vriendin, overhalen om mee te gaan naar een huisfeest. Het wordt geen succes, na een pijnlijke confrontatie met gebeurtenissen uit het verleden gaat hij door het lint. In Fokkin warm, het tweede verhaal, trekken drie vrienden het bos in. Het is de zomer van 1995 en nooit eerder is het zo warm geweest in Hazenberg. In het bos schijnt een grote katachtige rond te zwerven en de jongens trekken het bos in in de hoopvolle angst een glimp of meer van het beest op te vangen.
De drie verhalen in Wolven zijn onderling met elkaar verbonden door het decor waartegen ze zich afspelen, dat van de kustplaats Hazenberg, maar ook thematisch zijn ze  met elkaar verbonden. Het zijn verhalen over jongens in hun puberteit, eenzame zielen die hun weg proberen te vinden. Worden ze zoals hun ouders of worden ze zoals Gijsbrecht, de zonderling die in vliegende schotels gelooft en die ze op hun zwerftochten tegenkomen?
Smits en Zwart hebben weinig ervaring met het maken van stripverhalen, dat is aan Wolven wel te merken. Een enkele keer gebruiken ze wat te veel tekst bij een verhaal dat het vooral van sfeer moet hebben,  in een strip of een film beschrijf je geen gevoelens, je laat ze zien en uit de tekeningen blijkt dat Ward Zwart dat heel goed kan. De tekstloze, inleidende pagina's zijn dar een mooi voorbeeld van. Die onervarenheid is eigenlijk ook de kracht van Wolven, de auteurs durven te spelen met het medium en grenzen te verleggen. De keuze voor een klein, bijna vierkant formaat en een beperkt aantal tekeningen per plaat werkt goed en geeft het boek een filmisch karakter. Dat is gezien de achtergrond van Enzo Smits niet zo vreemd. Er zijn in Wolven heel wat verwijzingen naar films verwerkt. Sommige zijn overduidelijk, zoals in de scène in Wonderworld met James Dean maar er zijn ook invloeden uit andere films te ontdekken. De sfeer van het tweede verhaal heeft wel iets van een David Lynch-film en de verveelde pubers in Wonderworld doen denken aan de skatende pubers in de films van Larry Clark (Kids). Als Wolven een film was geweest zou hij vallen in de categorie arthouse. Smits en Zwart leggen niets uit, maar registreren en creëren een sfeer die je als lezer (die ook van trage arthousefilms houdt) niet loslaat en onder de huid kruipt. Vooral het laatste verhaal is indrukwekkend.

Bries 2016; 204 pagina's; hardcover met extra's;  € 26,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen