maandag 9 oktober 2017

Leven in een niemandsland tussen kindertijd en volwassen zijn

EEN ZUS (Bastien Vivès)
Zo'n acht jaar geleden verscheen De smaak van chloor van de toen nog piepjonge Bastien Vivès, een mooi verhaal dat zich bijna volledig afspeelt in een zwembad. In die periode maakte Vivès in rap tempo het ene na het andere prachtige boek, steeds wisselend van stijl en experimenterend met kleur en vorm. Wat niet veranderde was zijn thematiek. Al de verhalen gaan over jonge mensen die de uitdagingen van het leven aan moeten gaan. Na jarenlang andere dingen te hebben gemaakt pakt hij in Een zus dat thema weer op.
De hoofdpersoon in Een zus is Anthony, een jongen van dertien die jaarlijks met zijn ouders en jongere broer Tim in de zomervakantie twee maanden aan de kust van Bretagne op vakantie gaat. Hij brengt zijn tijd door met tekenen en rondzwerven aan het strand met Tim, op zoek naar schelpen en krabben. Tim is nog echt een kind, maar Anthony begint te veranderen en gaat die zomer een nieuwe levensfase in wanneer Hélène verschijnt. Zij is de dochter van een vriendin van zijn ouders. Hélènes moeder heeft net een miskraam gehad en Anthony's ouders nodigen moeder en dochter uit om bij hun tot rust te komen.
Een zus is een knap geconstrueerd verhaal over de stappen die een jongen zet op weg naar volwassenheid. Zijn jongere broer staat symbool voor de kindertijd die hij bezig is achter zich te laten en van wat de volwassenen doen krijg je nauwelijks iets te zien, waarmee duidelijk gemaakt wordt dat Anthony daar ook nog niet bij hoort. Anthony en Hélène  leven in een soort niemandsland tussen kind zijn en volwassenheid, waarin ze alleen elkaar hebben.
Hélène is een paar jaar ouder dan Anthony en ze is eerst als een soort beschermende oudere zus voor hem, maar die rol verandert. Hélène daagt hem die zomer op allerlei manieren uit. Ze krijgt de verlegen jongen zover dat hij voor het eerst rookt, flessen wijn steelt, meedrinkt met haar en andere tieners en ze kleedt zich zonder schaamte uit waar hij bij is. En Anthony laat zich verleiden. Die zomer heeft Anthony met Hélène zijn eerste seksuele ervaringen. Het is knap van Vivès dat hij bij het vertellen van dit verhaal ook de lichamelijke details niet uit de weg gaat.
Een zus was bij verschijnen in Frankrijk niet onomstreden. In het verhaal is er geen sprake van verliefdheid en heftige emoties, maar van twee jonge mensen die op elkaar zijn aangewezen en samen de seksualiteit ontdekken. Maar Een zus is niet ranzig of pornografisch. Integendeel, het is een gevoelig, integer en menselijk verhaal.
Casterman 2017; 212 pagina's; harde kaft, zwart-wit; € 24,95

☺☺☺☺☺

woensdag 20 september 2017

Op reis met een pratende geit

WAAR DE MIEREN HEEN GAAN (Michel Plessix & Frank Le Gall)
Kort voor zijn dood verscheen er na jaren weer nieuw werk van Michel Plessix in een Nederlandse vertaling: Waar de mieren heen gaan. Michel Plessix werd bekend met zijn bewerking in stripvorm van Kenneth Grahames boek De wind in de wilgen en zijn vervolg hierop: De wind in de woestijn.
Waar de mieren heen gaan borduurt hier in zekere zin op voort. Het is getekend in de zelfde stijl met tot in de kleinste grappige details uitgewerkte tekeningen, Voor het verhaal deed hij dit keer een beroep op Frank Le Gall, die de nostalgisch ingestelde stripliefhebbers nog kennen van de zeevaartreeks Theodoor Cleysters. Hun samenwerking leverde een prachtig boek op.
Waar de mieren heen gaan is een soort oosters sprookje met een wat mystieke inslag. Net als het tekenwerk is ook het verhaal rijk aan details en verwijzingen naar bijvoorbeeld andere sprookjes.
Het is, zoals dat bij sprookjes hoort, op het eerste gezicht een eenvoudig verhaal. De Marokkaanse Saïd is een wat dromerige jongen die graag filosofeert. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af waar de mieren die hij in colonne achter elkaar aan voort ziet kruipen heen gaan. Hij is er namelijk van overtuigd dat ze een doel hebben. Op een dag krijgt de jongen bezoek van zijn opa, die hem mee neemt naar het platteland. De oude man vindt dat hij lang genoeg geiten heeft gehoed, gaat op pelgrimstocht en laat Saïd achter bij de kudde. Onder de geiten bevindt zich er een die kan praten waarmee hij grappige gesprekken heeft. Het hoeden van de geiten boeit de jongen niet erg, veel liever gaat hij de mieren achterna om te zien waar ze heen gaan. Samen met de pratende geit begint hij aan zijn eigen bedevaart, een reis die een verrassende ontknoping heeft,
Waar de mieren heen gaan is een verhaal waarin terloops allerlei levenswijsheid en grote thema's zoals liefde, hebzucht, het doel van je leven voorbijkomen. Het doet met zijn pratende geit en oosterse setting wel wat denken aan De kat van de rabbijn van Sfarr, maar heeft zijn heel eigen sfeer. Een sprookje voor jong en oud dat een groot publiek verdient.
Casterman 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

☺☺☺☺

vrijdag 1 september 2017

Een huis vol herinneringen

LA CASA (Paco Roca)


In 2007 verscheen Rimpels van Paco Roca. Ondanks, of misschien wel dankzij het onalledaagse thema werd deze grafische roman over een dementerende, oude man een bestseller. Niet alleen in eigen land, maar tot ver buiten Spanje werd het boek verkocht en reageerden pers en publiek enthousiast. Een onbedoeld bijeffect van zijn succes is dat Roca tegenwoordig wordt gezien als een soort frontman van de nieuwe generatie Spaanse stripmakers. (zie mijn bespreking van Spanish fever).
Van Rimpels verscheen de Nederlandse vertaling bij Silvester, maar daarna bleef het lange tijd stil. Tot nu toe. Bij soul food comics verscheen La casa.
Het huis (la casa in het Spaans) waarnaar de titel van dit boek verwijst, staat ergens op het Spaanse platteland. Het werd met eigen handen gebouwd door Antonio als vakantiehuis voor hem, zijn vrouw en drie kinderen. De laatste jaren van zijn leven woont hij er na het uitzwermen van zijn kinderen en  de dood van zijn vrouw nog alleen. Nadat Antonio ook zelf is overleden besluiten zijn kinderen om het huis te verkopen en ze komen een weekend bij elkaar om het huis op te knappen voor de verkoop. Het spreekt bijna vanzelf dat daarbij allerlei herinneringen naar boven komen en er oude en nieuwe wederzijdse ergernissen en spanningen opkomen.
Hollywooddrama? Integendeel! Paco Roca pakt het onderwerp vakkundig aan en levert een gevoelig verhaal af dat nergens te sentimenteel wordt. Natuurlijk wordt er veel gepraat in dit boek, maar ook hier toont Roca zijn vakmanschap. Door een uitgekiende pagina-indeling en een slimme afwisseling van tijden met elk een eigen kleurenpalet wordt het ondanks de vele dialogen nooit saai en identificeer je je zonder moeite met overtuigende personages onder helaas voor velen herkenbare omstandigheden.
La casa is een geslaagd verhaal dat Paco Roca maakte als een eerbetoon aan zijn vader. Van Guus van Sonsbeek, de eerder dit jaar overleden oprichter van soul food comics, is het een geschenk aan zijn eigen zoon.
Roca liet al eerder zien dat hij moeilijke onderwerpen (zoals ouderdom) niet uit de weg gaat en levert met La casa een boek op dat we zonder overdrijven mogen rekenen tot het beste dat dit jaar verschijnt.
Soul food comics 2017; 132 pagina's;hardcover, kleur; € 22,50

☺☺☺☺☺

zondag 23 juli 2017

Een prima introductie op de nieuwe Spaanse strip

SPANISH FEVER (samenstelling Santiago Garcia)

Na de dood van dictator Franco beleefde het Spaanse stripverhaal een bloeiperiode. Striptijdschriften schoten als paddenstoelen uit de grond, Spanjaarden konden nu ook kennismaken met strips voor volwassenen die voorheen verboden waren en Spaanse stripmakers hoefden niet langer op zoek te gaan naar werk buiten de landsgrenzen.
Er werd veel vertaald, maar het was ook de tijd waarin een nieuwe generatie striptekenaars doorbrak en zelfs internationaal succes zou kennen: Ruben Pellejero, Daniel Torres, Manfred Sommer… Jordi Bernet, die tot dan toe vooral voor Franse en Belgische uitgevers tekende maakte zijn beste strip voor een Spaans stripblad: Torpedo.
Aan die bloeiperiode kwam abrupt een eind aan het einde van de jaren negentig. Net als in de rest van Europa verdween het ene na het andere striptijdschrift en de markt voor volwassen stripverhalen zakte ineen. Jonge stripmakers zagen zich opnieuw gedwongen om buiten Spanje naar uitgevers te zoeken. Er waren er die voor Marvel gingen werken en anderen klopten aan bij Franse uitgevers, in het geval van Juan Guarnido leverde dat een bestseller op: Blacksad. In Spanje zelf werden de stripschappen hoofdzakelijk gevuld met superheldenstrips en manga.
Het tij keerde zo'n tien jaar geleden met de opkomst van de graphic novel. Persepolis van Marjane Satrapi, Palestine van Joe Sacco en Fun Home van Alison Bechdel sloegen ook in Spanje aan. Dat inspireerde een nieuwe generatie stripmakers om ook graphic novels te maken. Het eerste succes kwam in 2007 met Maria y yo van Gallardo en Rimpels van Paco Roca. Van Rimpels werden meer dan 70.000 exemplaren verkocht, het werd in vele talen vertaald en er werd een tekenfilm van gemaakt. Roca werd de voorman van de nieuwe Spaans strip. Het leverde een hoop nieuwe namen op, maar ook een aantal oudgedienden zoals Max (Bardin de surrealist), Miguel Gallardo of Pere Joan zagen nieuwe mogelijkheden in het format van de graphic novel.
Het leverde nu al een aantal klassiekers op zoals El arte de volar van Altarriba en Kim. Er is tot nu toe erg weinig vertaald in het Nederlands, dus het loont de moeite om eens een stripwinkel of de stripafdeling van de FNAC binnen te stappen als je een keer in bijvoorbeeld Barcelona bent, om te zien wat er tegenwoordig aan oorspronkelijk Spaanse graphic novels gemaakt wordt, maar Spanish Fever is alvast een prima introductie. Deze bloemlezing verscheen oorspronkelijk vijf jaar geleden als Panorama in Spanje en werd opgepikt door Fantagraphics in Amerika, dat er een Engelstalige versie van uitbracht. Het is een dikke en kleurrijke bundel verhalen die laat zien dat er in Spanje momenteel erg goede stripverhalen gemaakt woorden met een enorme variatie aan stijlen en thema's.
Fantagraphics 2017; 300 pagina's; paperback, kleur; Prijs $29,99

☺☺☺☺

donderdag 6 juli 2017

Zwart-wit met bloedrode accenten

IK, MOORDENAAR (Keko & Antonio Altarriba)
Altarriba en Keko (José Antonio Godoy) zijn twee van de auteurs die het Spaanse stripverhaal de laatste jaren nieuw leven hebben ingeblazen. Keko brak als tekenaar door in 2011 met La protectora, een bewerking van Henry James' The taming of the shrew. Altarriba schrijft romans en scenario's. Hij oogstte veel lof voor El arte de voler, getekend door Kim (Joaquim Aubert Puigarnau),waarin hij een halve eeuw Spaanse geschiedenis vertelt aan de hand van het leven van zijn vader. Een verhaal van Kim en Altarriba is opgenomen in Spanish Fever.
In het dagelijks leven is Altarriba docent aan een universiteit. Wellicht inspireerde deze omgeving hem tot het schrijven van Ik, moordenaar. De hoofdpersoon van dit boek, Enrigue Rodriguez Ramirez is professor kunstgeschiedenis aan de universiteit van Baskenland. Zijn specialiteit is pijn, lijden en marteling in de westerse schilderkunst, een thema dat hij in zijn colleges verkent aan de hand van het werk van mensen zoals Goya, Munch en Bacon.
Maar het blijft voor Rodriguez niet bij de theorie, hij is zelf ook kunstenaar, een performancekunstenaar zonder publiek. Rodriguez beschouwt het vermoorden van mensen als de puurste vorm van kunst en begaat onopgemerkt de ene na de andere moord. Hij bereidt zijn acties zorgvuldig voor en doodt nooit twee keer op dezelfde manier. Hij werkt zijn moorden zo geraffineerd uit dat hij ongemerkt zijn gang kan blijven gaan. Totdat een collega en rivaal van hem wordt vermoord en hij de eerste verdachte is.
Ik, moordenaar is dus geen whodunit, vanaf de eerste pagina is duidelijk wie de moordenaar is, maar de lezer krijgt in dit in de ik-vorm vertelde verhaal een kijkje in zijn geest, waar gek en geniaal heel dicht bij elkaar liggen. Toch is Ik, moordenaar een spannend verhaal want ontdekking ligt natuurlijk voortdurend op de loer en hoe blijft Rodriguez, hoe geniaal hij ook is, uit handen van de politie? Maar het is niet alleen spannend, het bevat ook schitterende dialogen en mooi tekenwerk. Keka heeft goed gekeken naar de meesters van de zwart-wittekening zoals Will Eisner en Alberto Breccia en bewijst zijn talent met deze gruwelijke graphic novel in zwart-wit met bloedrode accenten.
Scratch 2017; 136 pagina's; hardcover, zwart-wit met rood; € 24,90

☺☺☺☺

zaterdag 24 juni 2017

Een gril van het lot

HIBAKUSHA (Olivier Cinna & Thilde Barboni)
De titel van dit boek verwijst naar een Japans woord voor 'de overlevende van de bom'. Met deze bom wordt de atoombom bedoeld die in 1945 Hiroshima en Nagasaki verwoestte. Deze historische gebeurtenis vormt de achtergrond waartegen Hibakusha zich afspeelt.
Ludwig Mueller is een jonge Duitse vertaler ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.  Hij staat op een unt in zijn leven dat hij zijn huwelijk en zijn rol als vader beu is. Dan wordt hij door de nazi's naar Japan gestuurd om er militaire teksten te vertalen. Zijn komst naar Japan betekent een terugkeer naar het verleden, een liefde in het heden en een schaduw naar de toekomst.
Ludwig leert een Japanse vrouw kennen met wie hij een gepassioneerde verhouding begint en waar door de val van de bom een einde aan komt. Maar door een gril van het lot zal het beeld van hem voor altijd in steen gevangen blijven.
Het eerste dat opvalt aan Hibakusha zijn de mooie, krachtige penseeltekeningen van Olivier Cinna, voor wie dit zijn eerste Nederlandse vertaling is. Het is een aangename kennismaking. Het scenario van Hibakusha werd geschreven door Thilde Barboni op basis van haar eigen novelle Hiroshia, fin de transmission. Het is haar eerste stripscenario en het hoogdravende taalgebruik nemen we voor lief, maar haar onervarenheid blijkt vooral uit het feit dat ze erg veel in maar 64 pagina's heeft willen stoppen. Een liefdesverhaal, een verhaal over een man die worstelt met zijn geweten, het verlangen van een vader naar zijn kind, de wreedheid van het militaire apparaat, het is nogal veel voor zo'n beperk aantal pagina's.
Dat het verhaal desondanks overeind blijft en indruk weet te maken is vooral te danken aan het mooie tekenwerk van Cinna.
Dupuis 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

☺☺☺

zondag 18 juni 2017

Een eerbetoon aan de schilderkunst

VERSTILD LEVEN (Oriol & Zidrou)
In Verstild leven voeren Zidrou en Oriol de kunstschilder Vidal Balaguer (1873-1899) ten tonele, een tijdgenoot van onder andere Picasso, die einde negentiende eeuw in Barcelona actief was. Hij maakte een stormachtige carrière waar plotseling een einde aan kwam. Balaguer weigerde vaak om zijn werk te verkopen en daarom is er niets van hem terug te vinden in musea. Hijzelf verdween zonder een spoor achter te laten in 1899.
Voor die plotselinge verdwijning geeft Zidrou een magisch-realistische verklaring. Met zijn penseel laat Balanguer verdwijnen wat hij heeft geschilderd. Daar komt hij achter als een van zijn modellen verdwijnt en de politie een onderzoek instelt.
Zidrou en Oriol schetsen een mooi beeld van het artistieke milieu in Barcelona rond de eeuwwisseling dat zich grotendeels afspeelt in Els Quatre Gats, de kunstenaarssociëteit waar de modernisten samenkomen. Oriol (De huid van de beer, Drie vruchten) heeft zich helemaal uitgeleefd op het artwork dat een eerbetoon is aan de schilderkunst. Het levert een prachtig boek op.
Maar dat niet alleen. Het is ook een geslaagde grap. Wie op zoek gaat naar Balaguer via Google komt al snel terecht op een fakepagina van Wikipedia. Balaguer heeft nooit bestaan, maar werd bedacht door Zidrou en Oriol. Dan blijkt Verstild leven de biografie te zijn van een fictief personage. Maar wel een mooie. Knap gedaan.

64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

maandag 12 juni 2017

Een uitvreter in huis

DE ZWERVER (Maarten de Saeger)
In mei 2015 debuteerde Maarten de Saeger met Mijn begrafenis, een knap gemaakte graphic novel met een verrassende plot. Krap twee jaar later is er zijn tweede boek De zwerver. Verwacht net als in Mijn Begrafenis geen sympathieke hoofdpersonen. Het verhaal draait om Ines, een neurotische vrouw die ieder uur van haar leven inplant en voor wie alles op de juiste plaats moet staan. Hannes is een slome sul zonder een greintje eigen initiatief. En tot slot is er de zwerver, een uitvreter.
Tot grote verrassing van hun kennissenkring worden Ines en Hannes een stel en gaan ze samenwonen. Maar al na korte tijd komt Ines erachter dat ze niets meer om Hannes geeft. Dat vertelt ze hem en vervolgens kan Hannes vertrekken. Hannes probeert elders een eigen leven op te bouwen net als zijn ex, maar hij kan haar niet vergeten en zoekt troos bij een opblaaspop. Ines is intussen in een klein huis buiten de stad gaan wonen. Alleen. Tot ze op een dag de zwerver ontmoet. Hij is behulpzaam, klust voor Ines in haar huis, strooit met mystieke wijsheden en is niet van plan om het huis van Ines nog te  verlaten. Hij dringt zich aan haar op en als de situatie haar steeds meer gaat benauwen belt Ines haar ex en vraagt hem om hulp. Maar kan deze slappeling wel op tegen de zwerver of valt hij ook aan hem ten prooi?
Met De zwerver heeft Maarten de Saeger opnieuw een knap verhaal gemaakt over elkaar wederzijds  aantrekken en afstoten. Serieus en ook licht absurdistisch. Hij gebruikt een eenvoudige tekenstijl met minimale decors en zonder overbodige details zodat niets de aandacht afleidt van het verhaal.
Uitgeverij Bries; 176 pagina's; paperback, zwart/wit; € 20,00

☺☺☺☺

donderdag 1 juni 2017

Op zoek naar het hart van een trol

KLEINE BROER (Øyvind Torseter)


Twee jaar geleden verraste de Noorse illustrator Øyvind Torseter met Het Gat, een boek met een gat erin, waaromheen hij een verhaal opbouwde. Het grappige mannetje dat in dit verhaal de hoofdrol speelde keert terug in Kleine Broer.
Torseter baseerde zijn verhaal op een Noors sprookje van Asbjørnsen en Moe, de Noorse gebroeders Grimm, zeg maar. Kleine Broer is de zevende van vier kinderen. Zijn zes oudere broers zijn gevangen door een trol en in steen veranderd. Om zijn broers te redden moet hij het hart van de trol vernietigen. Er is echter een probleem: het hart van de trol bevindt zich niet in diens lichaam. Maar waar het dan wel is? Kleine Broer gaat op zoek naar het hart en krijgt bij zijn speurtocht gelukkig hulp van een prinses.
Kleine Broer is een heerlijk boek voor jong en oud dat vol staat met humoristische tekeningen, veel details, mooie vondsten en geestige dialogen. Het artwork is minder sober dan in Het gat. Sterker nog, Torseter heeft alle registers opengetrokken om van elke pagina een kunstwerkje te maken. Het boek is bovendien heel mooi uitgevoerd.
De Harmonie 2017;120 pagina's; ugebonden, kleur; € 24,90
☺☺☺☺


maandag 29 mei 2017

Een dagje naar het strand

LEVE DE BRANDING! (David Prudhomme & Pascal Rabaté)
Ieder jaar als de zon begint te schijnen en de temperatuur stijgt doet zich een merkwaardig verschijnsel voor: de trektocht naar het strand en de zee. Massaal trekken de mensen naar de kust in volgepakte auto's, die stilstaan of vooruit kruipen in de file. Of ze reizen dicht opeengepakt in stampvolle treinen. Allemaal met één doel: een paar uur genieten van warm zand, zout zeewater en een brandende zon. Bizar gedrag dat zich voordoet in  Nederland en België, maar ook in Frankrijk.
Als twee striptekenende cultureel antropologen beschrijven David Prudhomme en Pascal in Leve de Branding! zo'n dag aan het strand van het fictieve Franse kustplaatsje Poloyas. Het begint met de reis er naar toe. Een lange stroom auto's gaat op weg… en komt even later tot stilstand. Maar eindelijk is er dan het strand. Moeder vraagt zich af of ze topless gaat en vader houdt zijn buik in als hij langs het naaktstrand loopt. Er wordt gezwommen, gespeeld, geflirt, er worden zandkastelen gebouwd…
Met veel liefde en humor tonen Prudhomme en Rabaté een mooie dag in het leven van een willekeurige groep mensen. Het verhaal is knap gecomponeerd als een soort collage. Verschillende mensen gaan los van elkaar naar het strand en hun belevenissen worden gevolgd, maar soms raken al de verschillende verhaallijnen die ze meenemen elkaar en dan ontstaat er iets moois.
Leve de branding! is een kostelijk boek dat een kijkje biedt in een kleine badplaats en alle types die je daar tegenkomt. Ze drijven er de spot mee, maar doen dat met zoveel liefde dat het verhaal tegelijk ook een soort hommage is aan de strandvakantie. Een erg leuk boek.
 Scratch 2017; 120 pagina's; hardcover, kleur; € 24,90

☺☺☺☺

woensdag 24 mei 2017

Het huis waarin David Jones Bowie werd

HADDON HALL (Nejib)
Als huizen konden praten zouden ze heel wat te vertellen hebben. Neem nu Haddon Hall. Deze villa in een buitenwijk van Londen bood in de jaren zestig onderdak aan een kleurrijk gezelschap van artiesten en muzikanten met als spilfiguur David Jones, die in dit huis zichzelf zou uitvinden als David Bowie.

In de naar Haddon Hall genoemde graphic novel wordt het verhaal van de jaren die hij er doorbracht verteld door het huis zelf. Het verhaal begint aan het eind van de jaren zestig. Angie en David hebben het huis gekocht en organiseren een groot feest voor de Londense scene. Iedereen is er en het is al heel druk als Marc Bolan er arriveert en een rondleiding door het huis krijgt van David. In de daarop volgende maakt het huis van alles mee: er wordt geblowt, geneukt, geslapen en vooral veel gejamd.
David Bowie heeft enige bekendheid als popmuzikant en wat hitsucces gehad, maar het lukt niet om het succes te bestendigen. Uiteindelijk slaagt Marc Bolan er als eerste in om een platencontract in de wacht te slepen. Intussen slaat Bowie het aanbod af om een Engelse versie van Claude Francois' Comme d'habitude op te nemen onder de titel My way en gaat stug door met het ontwikkelen van zijn eigen stijl.
Uiteindelijk leiden al zijn inspanningen tot de creatie van Ziggy Stardust and the spiders from Mars en David wordt Bowie. De rest is geschiedenis. Het hele verhaal wordt in Haddon Hall verteld in lijntekeningen die vaak, maar niet altijd opvallend basic zijn ingekleurd. Af en toe slaat de psychedelica toe en spatten de kleuren van een pagina. Het past heel mooi bij het verhaal dat met veel humor verteld wordt.
Ongetwijfeld heeft de dood van Bowie een rol gespeeld bij de beslissing van de Engels uitgeverij om dit boek, dat oorspronkelijk in 2012 onopgemerkt bij Gallimard verscheen, te vertalen. Maar het was een goed idee.

Selfmade hero; 144 pagina's; hardcover, kleur; ₤ 14,99 

maandag 15 mei 2017

Op zoek naar de steenpatrijs

DE TRIOMF VAN MIJN VADER (Serge Scotto, Eric Stoffel & Morgann Tanco)
Marcel Pagnol (1895 - 1974) is een populaire auteur in Frankrijk. Hij debuteerde als toneelschrijver in 1925, schreef en regisseerde talloze films en toneelstukken en werkte vanaf 1957 aan Souvenirs d'enfance, een vierdelige serie romans met jeugdherinneringen.
La Gloire de mon Père is hiervan het eerste boek. Het verhaal speelt zich af aan het begin van de twintigste eeuw en beschrijft grotendeels een vakantie die de jonge Marcel met zijn ouders, jongere broer en zus, tante en 'oom' Jules doorbrengen in een villa tussen Aubagne en Aix in de Garrigue, een schitterende, rotsachtige omgeving. Marcel brengt er veel tijd door met zijn broertje in de natuur waar ze beide vaak verkleed als indianen op avontuur gaan. Marcels vader, een bescheiden onderwijzer en atheïst, heeft er heftige discussies met de katholieke snoever Jules. Op een dag besluit Jules om met Marcels vader te gaan jagen. Jules hoont de man die nauwelijks een deugdelijk geweer heeft, terwijl hij met een prachtig vuurwapen en een briljante techniek vrijwel nooit een prooi mist. Het is hun grote uitdaging om een steenpatrijs, de koning onder de patrijzen, te schieten. Ze beloven Marcel dat hij   met de jacht, maar breken hun belofte. De jongen volgt hen van een afstand en dankzij hem beleeft zijn vader de triomf waarnaar de titel van het boek verwijst.
De Franse stripuitgeverij Bamboo geeft sinds kort de jeugdherinneringen en toneelstukken van Pagnol, in samenwerking met zijn kleinzoon, uit als stripalbum en die reeks verschijnt nu ook in het Nederlands. De triomf van mijn vader is een heel fraaie stripversie van het boek (dat als roman niet in het Nederlands verkrijgbaar is) geworden. Morgann Tanco heeft een heel prettige tekenstijl waarin ze realistische decors combineert met half realistisch getekende personages. De sfeer van het boek is goed getroffen met overtuigende personages, mooie beschrijvingen, waarin de dichterlijke stijl van Pagnol zo veel mogelijk bewaard is gebleven en indrukwekkende decors. En hoewel die decors heel Frans zijn, zijn de thema;s die worden aangesneden universeel: de kindertijd, familieleven, respect voor de natuur en voor je medemensen.
Saga 2017; 104 pagina's; hardcover, kleur; € 24,95
☺☺☺

Deze bespreking verscheen in een iets andere vorm ook in De Boekenkrant van april 2017

woensdag 3 mei 2017

Leven in totale onzekerheid

GEGIJZELD (Guy Delisle)
Hoe voelt het om gegijzeld te zijn? Dat maakt Guy Delisle op indringende wijze duidelijk in Gegijzeld. Delisle maakte tot nu toe vooral reisverslagen. Hij leefde en werkte in verschillende delen van de wereld en maakte daar een paar mooie boeken over: Shenzen, Pyongyan, Birma en Jeruzalem.

In Gegijzeld beschrijft Guy Delisle 111 dagen uit het leven van Christophe André, een medewerker van een medische NGO die bij zijn eerste missie in de Kaukasus wordt ontvoerd. Hij wordt opgesloten en leeft wekenlang op groentesoep, brood en thee. Het grootste deel van de tijd verblijft hij geketend in totale eenzaamheid in zijn cel. Het is volkomen onduidelijk waarom hij ontvoerd is, hoe lang zijn gevangenschap zal duren en of hij het sowieso zal overleven.
Nadat Delisle  Christophe André  een paar keer had ontmoet en gesproken besloot hij om dit verhaal te vertellen. Gegijzeld is een dik boek geworden waarin bijna niets gebeurd. Dat is niet negatief bedoeld, het is een bewuste en heel goede keuze. De pagina's gaan aan je voorbij zoals de dagen aan André voorbijgingen tijdens zijn gevangenschap, eentonig en bijna zonder dat er iets gebeurt. Elke dag lijkt hetzelfde en door op een subiele manier te spelen met kleur, licht en schaduw geeft Delisle Christophes wisselende stemmingen weer van hoop naar wanhoop en totale doodsangst. Door op deze manier te werk te gaan kunnen we ons verplaatsen in zijn situatie.
En die grijpt je naar de keel. Gegijzeld is een indringend boek en het is moeilijk om het in een keer uit lezen. Guy Delisle is erin geslaagd om een meeslepend verhaal te maken dat je er als  lezer bijna tastbaar bewust van maakt hoe het voelt om in een situatie van totale onzekerheid te verkeren. Een knappe prestatie.
Scratch 2017; 432 pagina's; paperback, kleur; € 29,90

☺☺☺☺☺

zondag 30 april 2017

Er zijn grenzen aan wat een moeder kan verdragen

HAD MENEER NOG IETS GEWENST? (Virginie Augustin & Hubert)
Edward is een jonge edelman die leeft in het Victoriaanse tijdperk. Sir Edward is een losbol. Ondanks zijn jonge leeftijd heeft hij al zo ongeveer alles gedaan wat er op erotisch gebied mogelijk is. En met bijna iedereen. Zijn indrukwekkende lid is haast beroemder in Londen dan Edward zelf. Maar zijn liefhebberij begint uit de hand te lopen. Steeds vaker wordt hij 's nachts  knock-out met de koets vervoerd naar zijn imposante woning. Een huis waarin twintig bedienden altijd voor hem klaar staan.
Op een dag voegt Lisbeth zich bij Edwards huishouding. Als zij een keer 's nachts moet werken wordt Edward dronken en in elkaar geslagen thuisgebracht. Ze kleedt hem uit, legt hem in bed en verzorgt zijn wonden. Ze blijft bij hem waken terwijl Edward zijn roes uitslaapt. Ze houd zich niet aan de regels van het personeel en begint een gesprek met hem. Edward is verbaasd dat het lelijke meisje niet onder de indruk is van zijn grote reputatie. Er groeit een band tussen de twee en Lisbeth wordt Edwards vertrouweling. Ze hoort zijn verhalen aan over zijn liederlijke uitspattingen zonder een spier te vertrekken. Bij haar kan hij alles kwijt. En hij gaat van haar houden.
De rest van het personeel is er niet gelukkig mee dat sir Edward een eenvoudig dienstmeisje in vertrouwen neemt en wijst haar op haar plaats. Ook de moeder van Edward is ongelukkig met de situatie. Zijn losbandige leven is nog tot daar en toe maar er zijn grenzen aan wat een moeder kan verdragen.
Had meneer nog iets gewenst? is in veel opzichten een perfect stripverhaal. Virginie Augustin maakt van iedere pagina op zich een kunstwerkje in een wat schetsmatige stijl, waarbij ze telkens een beperkt aantal kleuren gebruikt dat bij de personages en bij de situatie past. De dalogen zijn heel sterk en met zijn uitspraken steekt Edward Oscar Wilde regelmatig naar de kroon.
Had meneer nog iets gewenst? is een mooi, gelaagd sprookje voor volwassenen waarin grote thema's worden aangekaart en met een hartverscheurend einde.
Blloan 2017; 96 pagina's; uitvoering; € 19,95

☺☺☺☺☺

donderdag 27 april 2017

Moord op het Franse platteland

HET VERSLAG VAN BRODECK (Manu Larcenet, naar Philippe Claudel)
Sinds hij De dagelijkse worsteling publiceerde, wordt Manu Larcenet gerekend tot de belangrijkste Franse stripmakers van deze tijd. Hij blijft continu vernieuwen en verrassen. Na De dagelijkse worsteling maakte hij de vierdelige striproman Blast, die alom werd geprezen. Veel lof was er ook voor het daarop volgende werk, Het verslag van Brodeck, dat na wat omzwervingen bij verschillende uitgevers uiteindelijk bij Dargaud in een Nederlandse vertaling verschijnt.
Het verslag van Brodeck bestaat uit twee delen, het tweede verschijnt dit najaar in vertaling, en is gebaseerd op de gelijknamige roman van Philippe Claudel. Het is het verhaal van een man die door zichzelf te laten vernederen de oorlog en het verblijf in een kamp heeft overleefd. Na de oorlog keert hij terug naar zijn dorp. De wat zonderlinge Brodeck woont hier aan de rand samen met zijn dochter en echtgenote, die net als hij getekend is door de oorlog.
Op een dag belandt er een vreemdeling in het dorp, die al snel door de dorpsgenoten 'de anderer' genoemd wordt. Een paar dagen later is hij dood, vermoord. De dorpsbewoners benaderen Brodeck om een verslag te schrijven van de gebeurtenissen die tot de dood van de anderer geleid hebben. Brodeck aanvaardt de opdracht, maar besluit om twee verslagen tre schrijven, een voor de dorpsgenoten, het officiële en een voor zichzelf en dat is het verhaal dat we nu lezen.
Het tekenwerk van Larcenet in dit boek is magistraal. Hij kiest ervoor om het verhaal te vertellen op verticale (liggende) pagina's. Een film-achtige aanpak die hem de gelegenheid geeft om het landschap in panoramische beelden voorbij te laten trekken, maar ook om in te zoomen op de lelijke koppen van de dorpsbewoners en allerlei details. Zijn krasserige pentekeningen doen wat denken aan het werk van Alberto Breccia (Mort Cinder).
Het verslag van Brodeck is rijk aan details, de tekeningen nodigen uit om ze heel goed te bekijken en tot je door te laten dringen. Wat je hier voorgezet wordt is geen gemakkelijke kost, het verhaal wordt traag verteld, is somber en complex, aangrijpend. Maar o, wat is het mooi en meeslepend.

 Uitgeverij Dargaud 2017; 160 pagina's; hardcover met slipcase, zwart/wit ;  € 24,95

dinsdag 25 april 2017

Een obsessieve verliefdheid

IEDEREEN OP CLAUDIA (Sam Peeters)
Net zoals bijvoorbeeld Pieter de Poortere heeft Sam Peeters zich toegelegd op het maken van tekstloze stripverhalen, maar in tegenstelling tot zijn Belgische collega maakt Peeters lange verhalen. Iedereen op Claudia is zijn derde graphic novel. Er is in zijn werk duidelijk een stijgende lijn te zien. Grafisch is zijn werk steeds strakker en helderder geworden en hij slaagt er per boek beter in om een verhaal te vertellen. Iedereen op Claudia is complexer en diepgaander dan zijn voorganger Fucking hell.
Iedereen op Claudia is het verhaal van een verliefdheid die uitgroeit tot een obsessie. Claudia is het mooiste meisje van de klas, lief, knap, slim, grappig. Iedere jongen is meteen weg van haar inclusief de mannelijke hoofdpersoon in wie we zonder veel moeite Peeters zelf herkennen. Hij is tot over zijn oren verliefd op haar, ze nestelt zich (en dat weet Peeters heel mooi grafisch vorm te geven) in zijn hersens, kruipt onder zijn huid, zijn hart, zijn onderbuik… maar hij maakt geen schijn van kans.
In de loop der jaren leven ze beiden hun eigen leven en gaan hun eigen weg, maar soms kruisen hun wegen elkaar. En elke keer heeft Claudia een ander. De afspraakjes die ze maken lopen uit op een fiasco als er steeds weer een andere minnaar opduikt. Zijn verliefdheid neemt steeds extremere vormen aan. Van sommige gebeurtenissen aan het einde van dit boek valt te hopen dat ze zich enkel in de geest van de mannelijke hoofdpersoon hebben afgespeeld. En zelfs die scènes zijn prachtig in beeld gebracht.
Evenals zijn voorganger Fucking hell is Iedereen op Claudia een prachtig vormgegeven uitgave met grafisch heel sterk, uiterst helder en toch gedetailleerd tekenwerk dat bij iedere keer bekijken weer nieuwe details prijsgeeft. Mooi werk.
Scratch 2017; 224 pagina's; hardcover, kleur; € 34,90


☺☺☺☺

maandag 17 april 2017

'Ik heb geen idee meer wie ik ben'

KAKKERLAK(Halfdan Pisket)
Kakkerlak is de tweede van drie grafische romans die de Deense stripauteur en illustrator Halfdan Pisket maakte over zijn vader, die in de jaren zeventig van Turkije naar Denemarken ging om er te werken als gastarbeider. De eerste verscheen vorig jaar onder de titel Deserteur. 
Deserteur was een indrukwekkend verhaal over een jongen die opgroeit in een kleine Turkse plaats aan de grens met Armenië als zoon van een islamitische vader en een christelijke Russisch-Armeense moeder. Hij is er getuige van hoe het dorp waar men aanvankelijk vredig samenwoont, wordt verscheurd door etnische en religieuze tegenstellingen. Hij neemt dienst in het Turkse leger, maar geschokt door wat hij waarneemt en waar hij aan meedoet, deserteert hij.
In Kakkerlak worden zijn eerste jaren als gastarbeider beschreven. Na zijn desertie gaat hij naar Denemarken in de hoop er een nieuw leven op te bouwen. Hij vindt er werk en hij vindt er een eerste liefde, Sofie. Het lukt hem echter niet om hun relatie in stand te houden en hij raakt in conflict met zijn werkgever, waarna hij wordt uitgewezen. Maar ook in Turkije kan hij niet meer aarden. Met een vervalst paspoort gaat hij opnieuw naar Denemarken. Hij maakt er vrienden, er zijn nieuwe liefdes, maar hij slaagt er niet in om een baan of een relatie te behouden en hij belandt in een wereld vol geweld en criminaliteit. Het gaat helemaal mis met hem en het slot van dit boek doet het ergste vrezen voor het vervolg van zijn verhaal.
Pisket heeft niet geprobeerd om het leven van zijn vader exact na te vertellen. Het is een vrije bewerking waarin hij naar eigen zeggen een deel van zichzelf, een deel van zijn vader en een deel geschiedenis heeft gestopt. Dat laatste is in Deserteur de Armeense genocide. In Kakkerlak schetst hij met als leidraad het verhaal van zijn vader een beeld van de komst van wat toen nog gastarbeiders heetten naar het rijke westen van Europa.
Maar Kakkerlak gaat niet alleen over die voege jaren zeventig van de vorige eeuw. Het is ook een verrassend actueel verhaal over een man die een nieuw bestaan op moet bouwen in een vreemde wereld die hem vijandig gezind is, terwijl hij de gruwelijke gebeurtenissen  in de wereld waaruit hij vertrokken is, nog niet verwerkt heeft.
Uitgeverij SubQ 2017; 134 pagina's; softcover, zwart/wit;€ 17,50

☺☺☺☺

maandag 27 maart 2017

Satire of sadisme?

DE SCHAKELAAR INTEGRAAL (Milo Manara)
Halverwege de jaren tachtig werden de stripwinkels overspoeld met seksstrips en kon je geen stripblad voor volwassenen meer openslaan zonder te stuiten op een blote borst of een geslachtsdeel. En dat was allemaal de schuld van Manara!
De Italiaan Milo Manara begon zijn carrière met het tekenen van fumetti, enigszins of heel erg ranzige verhalen op pocketformaat met veel seks en geweld. Later werd hij een van de boegbeelden van de literaire strip of de auteursstrip die vooral in het tijdschrift (A suivre) / Wordt vervolgd tot ontwikkeling kwam. Zijn avonturen van Giuseppe Bergman werden hoog gewaardeerd. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. Puur voor zijn plezier maakte Manara voor een seksblad De schakelaar.
De schakelaar is het verhaal van Claudia,een zeer preutse vrouw, waarbij de remmen seksueel volledig los gaan nadat een verdorven type een ontvangertje in haar hersenen laat implanteren dat als hij een zendertje  aanzet met een schakelaar, de vrouw verandert van een frigide wezen in een nymfomane slet, waarvoor geen perversie te ver gaat. Achteraf vind Manara dat hij eigenlijk iets te ver ging met het verhaal want in herdrukken van De schakelaar ontbreken tegenwoordig drie pagina's die wel voorkomen in de eerste versie. Zelfcensuur van Manara. Ook in deze integrale ontbreken ze. Niet echt integraal dus, maar Manara legt in zijn voorwoord bij deze uitgave uit waarom. Een uitleg die niet helemaal overtuigd.
Was De schakelaar een satire? Een luchtig verhaal dat spotte met onze dubieuze houding ten aanzien van seks? Als het bij dat ene verhaal was gebleven, oké, maar De schakelaar was een succes en ook bij heel veel mensen die de satire er niet in herkenden. En dus kwamen er vervolgen. Want wat Manara niet deed met zijn stripromans, deed hij wel met zijn seksstrips: geld verdienen. De schakelaar 2, 3 en 4 verschenen in respectievelijk 1991, 1994 en 2001 en voegen weinig toe aan het eerste deel.
In De schakelaar integraal 1 zijn de eerste twee verhalen gebundeld. Later dit jaar komt nog een tweede boek uit met de overige verhalen. Het tweede verhaal is vooral sadistisch, een man die lijkt op James Dean heeft de schakelaar in handen gekregen en dwingt Claudia vooral om zijn bevelen uit te voeren, waarbij hij handig gebruik maakt van het apparaatje. Satirisch? Manara lift vooral mee met het succes van de pornostrip, dat inmiddels een goed verkopend genre is geworden. Dankzij hem, dus waarom zou hij er niet van meeprofiteren? Zoiets moet hij gedacht hebben toen hij aan deel 2 begon. De schakelaar 2 is mooi getekend en (in deze versie) ingekleurd, er zitten leuke vondsten in, en daarmee stijgt het niveau uit boven dat van de gemiddelde seksstrip, maar het is ook niet meer dan dat en niet het stripicoon dat het eerste verhaal in de loop der jaren is geworden.
Glénat 2017; 112 pagina's; hardcover, kleur; € 22,50
☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 22 maart 2017

Een prijswinnaar verrast

DUKE 1: Modder en bloed (Hermann  & Yves H.)
 Hij kan het nog! Op zijn oude dag start Hermann met een nieuwe reeks en het verhaal is beter dan we al jaren van hem gewend zijn. Afgezien van een enkel Jeremiah-album maakte Herman de laatste tijd vooral one-shots, altijd geschreven door zijn zoon Yves.
Van zoon Yves als scenarist ben ik nooit erg overtuigd geweest, maar wat vader en zoon de afgelopen jaren maakten was op zijn vriendelijkst gezegd wisselvallig van kwaliteit. Over Hermanns tekenwerk hadden we niet te klagen, maar de eindeloze wraakoefeningen begonnen te vervelen. Het werd weer eens tijd voor een stevig verhaal. Een western? Waarom niet, dat is immers het genre dat Hermann samen met Greg, Chalier en Giraud in de jaren zeventig wist te vernieuwen.
Vernieuwend is het allang niet meer, maar dit eerste album van Duke heeft een stevig scenario met alle bekende westernclichés, helemaal niet erg, want met zo'n mix kan je nog prima resultaten bereiken. En dat is gelukt.
Het verhaal is snel verteld. Een afgebeulde mijnwerker, Cummings, wenst zichzelf, zijn vrouw en dochter een betere toekomst en steelt een klompje goud. Zijn diefstal komt aan het licht en McCaulky,  een van de handlangers van de machtige goudmijneigenaar schiet Cummings vrouw en dochter in koelen bloedde dood. Daarmee is de maat voor de mijnwerkers vol en ze besluiten dat Cummings McCaulky dood moet schieten. Cummings trekt naar het dorpsbordeel om zijn wraak uit te voeren, maar het loopt mis. Hulpsherrif Duke Finch, die op dat moment ook het bordeel bezoekt vindt dat het genoeg is geweest en het dorp maar eens gezuiverd moet worden van misdadig tuig. Die taak blijkt moeilijker dan verwacht.
Dit eerste deel van Duke heeft een prima verteld verhaal met goed tekenwerk, waarin Hermann zelfs wat nieuwe technieken uitprobeert in de decors. Duke is een aangename verassing. De winnaar van de grote prijs van Angoulême is het nog niet verleerd en levert puik werk af.
Lombard 2017; 56 pagina's; softcover/hardcover; € 7,95/13,95
☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 19 maart 2017

Maar gymschoenen?

DE KRAAI OP GYMSCHOENEN (Fred)
Behalve de serie Philémon maakte Fred door de jaren heen ook een aantal op zichzelf staande boeken. Bij uitgeverij Hum kwamen ze op het heel goede idee om die verhalen ook te vertalen. Vorig jaar verscheen Het kleine circus, waarin Fred zich vooral van zijn poëtische kant liet zien. In De kraai op gymschoenen is de satiricus Fred aan het werk.
Hij maakt het verhaal aan het begin van de jaren negentig na een periode waarin hij volledig uitgeblust was en zich laat opnemen in psychiatrische inrichting. Na vijftien dagen niet te hebben getekend voelt hij weer de behoefte om iets te maken en laat zich genezen verklaren. Dan begint hij aan De kraai op gymschoenen, een verhaal over een man die van de ene op de andere dag in een kraai is veranderd… met gymschoenen!
Nu heet deze man weliswaar Herman Kraai-op-gymschoenen, maar tot aan die dag was hij een 'gewoon' mens zoals alle anderen. En juist die gewone mensen keren zich van hem af nu Herman Kraai niet meer is zoals zij. Kraai begrijpt niet wat er gebeurd is en wendt zich tot een psychiater aan wie hij zijn verhaal vertelt. Wat volgt is een aaneenschakeling van absurde gebeurtenissen die zullen leiden naar een dramatische slotscène.
Natuurlijk is De kraai op gymschoenen veel meer dan een absurd verhaal. De net herstelde striprekenaar heeft de moed en de energie gevonden om op zijn eigen onnavolgbare manier een aantal pittige thema's aan te snijden. Het is een verhaal over het niet beantwoorden aan de algemene verwachtingen, het anders zijn, al is het maar tijdelijk en het ervaren hoe de maatschappij hier op reageert. Een thematiek die twintig jaar nadat het verhaal werd gemaakt nog altijd actueel is. Het is heel fijn dat dit verhaal niet in de vergetelheid is geraakt en dat ook Nederlandse en Vlaamse lezers er nu van kunnen genieten. De kraai met gymschoenen amuseert, ontroert en zet aan het denken.
Uitgeverij Hum 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 19,90
☺☺☺☺


Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 15 maart 2017

Eenzame pubers en een vervallen pretpark

WOLVEN (Ward Zwart & Enzo Smits)
Aan de kust bij het stadje Hazenberg ligt een ruïne. De vervallen constructies getuigen ervan dat hier ooit een groots pretpark was met een achtbaan en het schitterende Aquadome. Wonderworld, zo heette het, is nooit gesloopt. Nu hangen er bij de resten van het pretpark jonge skaters rond die er een vuurtje stoken, bier drinken en sigaretten roken. Jongens zoals Kip. Kip is een puber die alleen woont met zijn moeder, een lusteloze vrouw die alleen van de bank afkomt om naar het bed te gaan en nauwelijks aandacht aan haar  zoon besteed. Het gaat niet goed met Kip, die na een val bij het skaten waanbeelden krijgt.
Wonderworld is een van de drie verhalen in Wolven van de Brusselse cineast Enzo Smits en de Antwerpse illustrator  Ward Zwart. Hun samenwerking leverde een opmerkelijke uitgave op die niet alleen opvalt door de inhoud, maar ook door de vorm. De pagina's zijn gedrukt op dun papier en de tekeningen hebben door het drukproces "in één pantone kleur" een bijzondere diepte gekregen, ieder detail is even helder. Het boek heeft bovendien een paar opvallende extra's, zoals een ingeplakt krantenbericht, een ansichtkaart van Wonderworld in haar glorietijd en een geniet boekje met nog een vierde verhaal: Gijsbrecht.
Maar terug naar de inhoud. Chip is,  in het eerste verhaal, een eenzame jongen, een loner, die zijn huis niet verlaat. Toch laat hij zich door Lilly, een vriendin, overhalen om mee te gaan naar een huisfeest. Het wordt geen succes, na een pijnlijke confrontatie met gebeurtenissen uit het verleden gaat hij door het lint. In Fokkin warm, het tweede verhaal, trekken drie vrienden het bos in. Het is de zomer van 1995 en nooit eerder is het zo warm geweest in Hazenberg. In het bos schijnt een grote katachtige rond te zwerven en de jongens trekken het bos in in de hoopvolle angst een glimp of meer van het beest op te vangen.
De drie verhalen in Wolven zijn onderling met elkaar verbonden door het decor waartegen ze zich afspelen, dat van de kustplaats Hazenberg, maar ook thematisch zijn ze  met elkaar verbonden. Het zijn verhalen over jongens in hun puberteit, eenzame zielen die hun weg proberen te vinden. Worden ze zoals hun ouders of worden ze zoals Gijsbrecht, de zonderling die in vliegende schotels gelooft en die ze op hun zwerftochten tegenkomen?
Smits en Zwart hebben weinig ervaring met het maken van stripverhalen, dat is aan Wolven wel te merken. Een enkele keer gebruiken ze wat te veel tekst bij een verhaal dat het vooral van sfeer moet hebben,  in een strip of een film beschrijf je geen gevoelens, je laat ze zien en uit de tekeningen blijkt dat Ward Zwart dat heel goed kan. De tekstloze, inleidende pagina's zijn dar een mooi voorbeeld van. Die onervarenheid is eigenlijk ook de kracht van Wolven, de auteurs durven te spelen met het medium en grenzen te verleggen. De keuze voor een klein, bijna vierkant formaat en een beperkt aantal tekeningen per plaat werkt goed en geeft het boek een filmisch karakter. Dat is gezien de achtergrond van Enzo Smits niet zo vreemd. Er zijn in Wolven heel wat verwijzingen naar films verwerkt. Sommige zijn overduidelijk, zoals in de scène in Wonderworld met James Dean maar er zijn ook invloeden uit andere films te ontdekken. De sfeer van het tweede verhaal heeft wel iets van een David Lynch-film en de verveelde pubers in Wonderworld doen denken aan de skatende pubers in de films van Larry Clark (Kids). Als Wolven een film was geweest zou hij vallen in de categorie arthouse. Smits en Zwart leggen niets uit, maar registreren en creëren een sfeer die je als lezer (die ook van trage arthousefilms houdt) niet loslaat en onder de huid kruipt. Vooral het laatste verhaal is indrukwekkend.

Bries 2016; 204 pagina's; hardcover met extra's;  € 26,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl