woensdag 30 november 2016

De terugkeer van Simon

SIMON VAN DE RIVIER DEEL 3 (Claude Auclair & Alain Riondet)
In 1978 leek er een einde te zijn gekomen aan de serie Simon van de rivier. Terwijl in Kuifje de laatste platen verschijnen van City N.W. 3 loopt in (A suivre) Bran Ruz. (A suivre) is een door uitgeverij Casterman uitgegeven tijdschrift voor volwassen striplezers, dat stripromans presenteert: lange, diepgravende verhalen. Auclair voelt zich hier meteen thuis tussen de andere 'romanauteurs' Tardi, Pratt en Forest, om er enkele te noemen. Niet langer hoeft hij zich beperkt te voelen door de lengte-eis van ca. 46 pagina's die het stripalbumformaat stelt en kan hij gaan werken aan het Keltische epos, waar hij al  langer plannen voor heeft. Die worden concreet als hij in 1976 Alain Deschamps ontmoet en Casterman hun voorstel accepteert. Auclair wordt een medewerker van het eerste uur aan (A suivre) en de hieruit voortkomende collectie stripromans.
Meerdere malen vertelt Auclair in interviews dat Simon van de Rivier is afgelopen, maar hij verandert van mening als hij rond 1982 de reizende avonturier Alain Riondet ontmoet. Samen bedenken ze drie nieuwe verhalen die ze maken tussen 1983 en 1986. Uitgeverij Lombard koopt de eerste twee verhalen maar weet er niet goed raad mee. Ze zijn niet geschikt voor publicatie in het weekblad Kuifje en de pagina's blijven een aantal jaren in de la liggen. Rond die tijd heeft Lombard plannen voor een tijdschrift voor volwassenen dat moet gaan concurreren met (A suivre). Daar zouden ze wel in passen, maar het tijdschrift komt niet van de grond. Intussen werkt Auclair verder aan het derde nieuwe verhaal. Uiteindelijk verschijnen vanaf 1988 de verhalen zonder voorpublicatie in boekvorm: De opwekker en De weg van het Ogam, later gevolgd door Schipbreuk (in twee delen).
De postnucleaire wereld is in deze verhalen naar de achtergrond verdwenen en Simon en Emeline zijn ouder geworden. Simon is ook meer op Auclair zelf gaan lijken, een bewuste keuze van de tekenaar, die nog meer autobiografische elementen toevoegt (Simon heeft twee dochters en een boot, net als Auclair) De opwekker lijkt vooral te zijn bedoeld om zijn mystieke denkwereld te presenteren en menig lezer krabt zich het hoofd bij deze poging om allerlei oeroude denkbeelden uit verschillende culturen te combineren: de elementen aarde, water, lucht en vuur, yin en yang,
de i-tjing…
In De weg van het Ogam gaan Auclair en Riondet op dezelfde voet verder. In De opwekker zien we Simon en zijn familie pas aan het eind van het verhaal, maar in De weg van het Ogam staat Simon centraal, die een reis door zijn binnenste maakt en daarbij geconfronteerd wordt met onder andere Keltische mythen en de droomtheorie van Carl Gustav Jung.  Deze twee verhalen zijn bepaald geen lichte kost, maar blijkbaar heeft Auclair ermee gezegd wat hij wil zeggen, want Schipbreuk heeft een heel ander karakter.
Simon is weer een bijfiguur in dit zeevaartdrama. Hij is met zijn gezin neergestreken in een vissersdorp (waarschijnlijk ergens in Bretagne) waar Mevrouw de scepter zwaait. Ze is een keiharde, onverzettelijke vrouw die na de dood van haar man eigenaar wordt van de vissersvloot. Officieel heeft Patrick Grote Hond de leiding maar hij kan niets zonder de goedkeuring van Mevrouw. Mevrouw heeft één zwakke plek: ze houdt veel, te veel, van haar zoon Pierre.
Het verhaal wordt rustig verteld, maar heeft bijna vanaf de eerste pagina een beklemmende sfeer. Er zijn veel onderhuidse frustraties en opgekropte woede in de gesloten vissersgemeenschap die niet anders dan tot uitbarsting kunnen komen. De twee delen samen van Schipbreuk vormen een mooie striproman.
Schipbreuk was definitief het laatste verhaal van Simon van de rivier. De laatste jaren van Auclairs leven waren een martelgang. De boot die hij bouwt gaat in vlammen op, hij raakt verzeild in een langdurige rechtszaak met Deschamps die de rechten claimt op de originele pagina's van Bran Ruz en moet strijden tegen de kanker die hem uiteindelijk in 1990 fataal wordt.
Met dit derde deel is de Integrale uitgave van Simon van de rivier voltooid. Terugkijkend op een oeuvre waarvan deze reeks een belangrijk onderdeel uitmaakt, ontdek je dat Claude Auclair en zijn strips elkaar heel na stonden. Zonder echt autobiografische verhalen te maken vertelt Auclair erin over zichzelf, zijn leven, zijn angsten en dromen.
Sherpa 2016; 240 pagina's; hardcover, kleur; Prijs € 39,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zondag 27 november 2016

Een dorpje waar eigenlijk nooit iets gebeurt

MAGASIN GENERAL INTEGRAAL 1 (Loisel & Tripp)
Regis Loisel had nog jaren door kunnen gaan met het tekenen van fantasystrips na het succes van Op zoek naar de tijdvogel, maar dat deed hij niet. Hij maakte eerst Peter Pan, een bijzondere bewerking van het overbekende verhaal en daarna Magasin Général een negendelige reeks waar hij samen met Jean-Louis Tripp ruim tien jaar aan werkte. De serie is voltooid en verschijnt nu opnieuw in een driedelige integrale uitgave. Dit deel bevat de eerste drie verhalen.
Wie had ooit gedacht dat een verhaal over een kleine Canadese dorpsgemeenschap rond 1920 zo'n groot succes zou worden, maar het gebeurde!
In deel 1 maken we kennis met Marie. Na de dood van haar man Felix (die het verhaal vertelt) neemt zij het winkeltje over in het gehucht Notre-Dame-des-Lacs, waar eigenlijk nooit iets gebeurd. Tot op een dag een man arriveert die pech heeft met zijn motor. Marie ontfermt zich over hem. Als eigenares van de winkel is ze een soort spil waar het houthakkersdorpje om draait. Iedereen komt in haar winkel en zij kent iedereen. Dit deel van Magasin Général is een eerste kennismaking met Marie en haar dorpsgenoten waarvan er een aantal centraal staan in de volgende delen.
De man met de motorfiets heet Serge. In het tweede, naar hem genoemde, deel opent hij bij de winkel van Marie een restaurant. Het kost wat moeite maar uiteindelijk weten de vrouwen van het dorp de weg ernaartoe te vinden en het verhaal eindigt met een feestelijke maaltijd.
Tot dan toe spelen mannen nauwelijks een rol in het verhaal maar daar komt met deel 3 verandering in. De mannen van het dorp keren terug van een lang verblijf in de bossen, waar ze hout hebben gehakt. Ze zijn niet blij als ze zien wat er veranderd is in het dorpje en Serge zien ze al helemaal niet zitten. De mannen besluiten zijn restaurant te boycotten. Uit solidariteit sluit Marie haar winkel en er ontstaat een verhitte strijd tussen de mannen en vrouwen van het dorp. Van Serge, die heel populair is bij de vrouwen, hoeven hun echtgenoten weinig te vrezen blijkt aan het einde van dit deel als de rust is weergekeerd en hij Marie een bekentenis doet.
Er gebeurt in Magasin Général weinig, bijna even weinig als in Notre-Dames-des-Lacs zelf. Maar als je tussen de regels door leest en het dorpje beter leert kennen is er veel leed, onderhuidse spanning, zijn er onverwerkte gebeurtenissen en intriges. Oorspronkelijk wilden Loisel en Tripp een trilogie maken, maar er viel nog zoveel te vertellen over de mensen in het dorpje dat het uiteindelijk negen delen werden. En dat is geen deel te veel. Magasin Général is een verslavend verhaal, wie er eenmaal aan begint wil weten hoe het verder gaat met Marie, Serge en de anderen. Je sluit ze in je hart en het is als je de laatste pagina omslaat alsof je afscheid neemt van goede vrienden.
Wie  Magasin Général nog niet kent moet deze integrale absoluut aanschaffen gaan lezen.
Casterman 2016; 240 pagina's; hardcover, kleur; € 45,00
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

vrijdag 25 november 2016

Onderhuidse dreiging

HET GELE TEKEN (Edgar-Pierre Jacobs)
In 1953 hadden de lezers van het tijdschrift Kuifje het over maar één ding: hoe zou het verder gaan met Blake en Mortimer? Veertien maanden lang hield Edgar P. Jacobs de lezers in spanning met Het gele teken, een dreigend verhaal dat zich grotendeels afspeelt in de dokken van Londen. In Het gele teken pleegt een boef met een gele bril spectaculaire misdaden en brutale inbraken en laat daarbij telkens zijn handelsmerk achter: een gele letter M, het gele teken! Scotland Yard staat voor een raadsel en Blake en Mortimer gaan op zoek naar de mysterieuze crimineel. Zestig jaar later wordt Het gele teken, een spannende thriller met SF-elementen, nog altijd beschouwd als een van de allerbeste strips die ooit in Europa gemaakt is. De letter M die overal opduikt in Het gele teken werd net als het verhaal zelf een icoon van het beeldverhaal.
Voor het eerst sinds die eerste publicatie is Het gele teken weer te lezen in de oorspronkelijke vorm. In dit prachtige, op groot formaat uitgegeven boek staan de pagina's afgedrukt zoals ze in het weekblad Kuifje stonden met telkens bovenaan de pagina een korte samenvatting van het voorafgaande, de oorspronkelijke inkleuring en met de ellenlange teksten die al in 1970 vervangen werden door een iets vlotter lopende versie voor de boekuitgave, zoals de meeste mensen het verhaal kennen. Ook is voor het eerst sinds toen weer het plaatje te zien dat destijds woede opriep. Jacobs werd een smeerlap gevonden omdat hij op plaat 18 een minuscule afbeelding toont van een iets te schaars geklede vrouw. Het waren de jaren vijftig, nietwaar! Nu maakt niemand zich hier druk meer om, evenmin als over het vele geweld in dit verhaal.
Maar dat zijn details. Het effect dat Het gele teken had op de lezers werd versterkt door de vorm waarin het verhaal verscheen, namelijk als feuilleton van telkens 1 pagina op de achterkant van het weekblad. Die sfeer komt terug als je het verhaal op deze manier herleest. Lees het met een of enkele pagina's per dag en de dreiging die ervan uitgaat kruipt onder huid. Je wordt opnieuw verrast door beelden die je al tientallen keren hebt gezien: de ontspoorde trein, Nasir die verblind wordt door een lichtstraal, Guinee Pig op de kranen en stellages in de haven, de blik van professor Septimus die in de loop van het verhaal steeds gestoorder wordt, prachtig!
Eens te meer wordt duidelijk hoe knap Jacobs zijn verhaal opbouwde met op elke pagina een cliffhanger. Het moet vreselijk zijn geweest om telkens een week te moeten wachten op het vervolg. Gelukkig hoeft dat nu niet meer.
Uitgeverij Dargaud; 96pagina's; gebonden, kleur, groot formaat; € 79,95
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 23 november 2016

Op straffe des doods

DE ZONEN VAN EL TOPO 1: KAÏN (Ladrönn & Jodorowsky)
Voordat Jodorowsky stripverhalen ging schrijven maakte hij speelfilms. Tamelijk onalledaagse. Hij brak door als cultfilmer met El Topo, een gewelddadige western over een cowboy die God wil worden en zijn zoon daarom in de steek laat. Hierna maakte Jodorowsky niet zo gek veel films meer, want het was moeilijk om zijn plannen gefinancierd te krijgen. Bekend is zijn mislukte poging om een filmversie te maken van Frank Herberts sciencefictionepos Duin. Het verging hem beter als scenarist van stripverhalen.
Net als zijn films worden ook de meeste stripscenario's van Jodorowsky gekenmerkt door extreem geweld en een soort provocerende christelijk religieuze mystiek. Wie daar van houdt kom met De zonen van El Topo weer volledig aan zijn trekken. Het verhaal, een bewerking van het filmscenario dat hij jaren geleden schreef als vervolg op El Topo, gaat bestaan uit drie delen: Kaïn, Abel en Abelkaïn. Dat zegt eigenlijk al genoeg.
El Topo is een heilige geworden. Zijn in de steek gelaten zoon wil hem doden, maar omdat je een heilige nu eenmaal niet doodt, richt hij zijn wraak op Abel, de tweede zoon van El Topo. Daarom verbiedt El Topo iedereen om met Kaïn te spreken of hem zelfs maar aan te kijken op straffe des doods. Dat maakt Kaïn alleen maar vastbeslotener om zijn wraak ten uitvoer te brengen.
Het wrede verhaal is mooi, filmisch in beeld gebracht met weidse decors en emotionele close ups. Ze versterken het ongemakkelijke gevoel dat Jodorowsky's verhaal oproept. Wat wil hij in Godsnaam zeggen met dit verhaal vol wreedheid, provocaties en naar heiligschennis neigende mystiek?
Zelf weet hij het vast wel, maar bij de lezer roept het veel vraagtekens op. Boeiend is het wel en ik ben toch benieuwd hoe hij dit  bijzondere verhaal gaat afronden.
Glenat 2016; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

zaterdag 19 november 2016

Kandidaat voor de Nobelprijs van de Liefde

DE HEMELSE BIBENDUM (Nicolas de Crécy)


Nicolas de Crécy is al jaren één van de grappigste en origineelste stripmakers van Frankrijk. Hij brak door met het fraaie surrealistische castraatverhaal Foligatto (1998), maakte daarna voor de prestigieuze reeks Vrije vlucht van Dupuis het tekstloze Prosopopus (2003), waarna er vervolgens lange tijd niets meer van hem in het Nederlands verscheen. In 2014 kwam daar verandering in met de publicatie van IJstijd, gemaakt voor de stripverhalenreeks van het Louvre.
De hemelse Bibendum, het derde boek dat Scratch sindsdien van hem publiceert wordt gezien als de Crécy's meesterwerk. Het driedelige verhaal verscheen oorspronkelijk tussen 1994 en 2002 en werd daarna integraal herdrukt. In het Nederlands verschijnt het direct integraal.
De hemelse Bibendum laat zich moeilijk samenvatten. Het verhaal begint als Diego, een éénbenige zeehond het schip verlaat dat hem naar de zielloze wereldstad New York Sur Loire heeft gebracht. Hij weet op dat moment nog niet dat hij het lot van deze stad volledig zal veranderen. Hij wordt namelijk voorbereid op het winnen van de Nobelprijs voor de Liefde. Hij krijgt gezelschap van een tamelijk dikke hond die probeert om Diego te beschermen tegen de Duivel die vastberaden is om de uitreiking van de Nobelprijs voor de Liefde te dwarsbomen.
Kunt u het volgen? Een absurd verhaal? Ja, dat is De hemelse Bibendum absoluut. Maar de Crécy wet het zo knap te vertellen dat je zonder moeite wordt meegezogen in zijn bizarre, originele wereld. Tel daar de absurde humor en de knap ingekleurde , barokke tekeningen die soms per pagina van stijl verschuiven bij op,  en je hebt een meesterwerk in handen.
Scratch Books 2016; 200 pagina's; hardcover, kleur ; € 45,00
☺☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl

woensdag 16 november 2016

Een vooruitziende blik

DE RODE BARON (Carlos Puerta & Pierre Veys)
Manfred von Richthofen wist met zijn rode Fokker in de eerste Wereldoorlog ruim tachtig vliegtuigen van de tegenstander neer te halen en kreeg daarom de bijnaam de rode baron. De legendarische piloot inspireerde al vaker stripmakers, denk maar aan Hugo Pratt, die hem opvoert in Corto Maltese. Maar dat is een heel ander karakter dan de jonge man die we leren kennen in Tussen de kogels door, het eerste del van een drieluik door Pierre Veys (De avonturen van Philip en Francis) en Carlos Puerta, die al eerder een verdienstelijke pilotenstrip maakte: No man's land.
Pierre Veys maakte van de rode baron persoon een stripheld en voegde aan de historische gegevens een wat fantastisch element toe om zijn succes als gevechtspiloot te verklaren.
In dit eerste deel wordt nog niet zo veel gevlogen. Manfred is een sportieve en ambitieuze jongen die een militaire eliteopleiding volgt in Berlijn. Hij is niet bij iedereen even geliefd en als een groepje jongens hem een lesje wil leren ontdekt hij zijn gave: hij heeft een soort vooruitziende blik en weet dat iemand hem aan wil vallen en hoe hij dat gaat doen. Hij zoekt bewust het gevaar in de Berlijnse straten en leert zo om die gave te gebruiken. Hij vergeet zijn oorspronkelijke plan om bij de cavalerie te gaan en leert een gevechtsvliegtuig te besuren.
Er verschijnen de laatste jaren veel pilotenstrips en De rode baron is er een van de velen, maar waarin deze strip van anderen onderscheidt is het weergaloze schilderwerk van Carlos Puerta. De uiterst realistische tekeningen zijn zo knap ingekleurd dat het soms wel foto's lijken. Dat maakt De rode baron meer dan de moeite waard.

Dupuis 2016; 48 pagina's; harde of zachte kaft, kleur; € 14,95 of 7,95

maandag 14 november 2016

Op zoek naar de verloren tijd

Ik heb de afgelopen weken om uiteenlopende redenen weinig besprekingen gepubliceerd, maar daar komt verandering in, Vanaf deze week weer elke 2, 3 dagen een nieuwe stripbespreking. Vandaag: Jerry Spring.

Zwart-wit

DE COMPLETE JERRY SPRING 1: DE VERLATEN MIJN (Jijé)
 Jijé (Joseph Gillain) was één van de belangrijkste Belgische striptekenaars van de twintigste eeuw. De laatste jaren raakte hij wat in de vergetelheid maar daar begint verandering in te komen dankzij integrale uitgaven van Tanguy en Laverdure, Roodbaard en Jan Kordaat. Hij tekende in verschillende stijlen, maar Jijé werd vooral groot met realistische getekende stripverhalen, zoals de hiervoor genoemde drie. Zijn mooiste reeks was een western: Jerry Spring. Hij zou met deze reeks de norm stellen voor de Europese western, die nog verder vervolmaakt zou worden met topreeksen zoals Blueberry, Comanche en Buddy Longway.
Jerry Spring gaat van start in 1954 als de populaire Amerikaanse reeks Red Ryder ten einde loopt en er behoefte is aan een nieuwe western voor het tijdschrift Robbedoes. Westerns zijn niets bijzonders in die tijd, maar Jijé weet meer diepgang aan het genre te geven. De verhalen spelen zich af rond de grens tussen Mexico en de Verenigde Staten. De hoofdpersoon in de reeks Jerry Spring is een klassiek soort cowboy. In het eerste verhaal ontmoet hij Pancho, een niet al te snuggere, maar aandoenlijke Mexico, die hem evenals Ruby, zijn paard, bij zijn verdere avonturen zal vergezellen.
Met krachtige penseelstreken weet Jijé het zuiden van de VS overtuigend neer te zetten. Het is bekend dat hij een hekel had aan inkten en zo snel mogelijk na het schetsen de platen in de inkt zette om de spontaniteit van de potloodlijn zo min mogelijk geweld aan te doen. Daarin schuilt de kracht van zijn tekenwerk. Wat ook opvalt is dat hij zich niet houdt aan de in die tijd gangbare wafelstructuur van de pagina en het aantal tekeningen per plaat beperkt houdt. In Zilvermaan beperkt hij zich zelfs vaak tot drie stroken van twee plaatjes. Afgezien va dit technische aspect valt het werk van Jijé ook op door de warmte en menselijkheid van de personages. Het is in de jaren vijftig nog lang niet gebruikelijk om op te komen tegen racisme, zoals Spring doet in Yucca Ranch als een oude man zijn twijfels uit over Pancho's betrouwbaarheid.
In De complete Jerry Spring 1: De verlaten mijn zijn de eerste drie verhalen van Jerry Spring gebundeld: Golden Creek, Yucca Ranch en Zilvermaan. De uitgever maakte de opvallende keuze om deze verhalen af te drukken in zwart-wit. Commercieel niet direct verstandig, maar als je de pagina's bekijkt begrijp je wel waarom. Jijé was goed op de hoogte met de Amerikaanse krantenstrip en zijn eigen stijl werd sterk beïnvloed door tekenaars die het werken met zwart-witcontrasten tot in de puntjes beheersten: Milton Canniff, Noel Sickles. Van inkleuren hield hij eigenlijk niet en het liefst zag Jijé zijn werk uitgegeven in zwart-wit. Het wordt er niet minder krachtig door. Integendeel. Het laat eens te meer zien waarom zijn werk nog altijd hoog gewaardeerd wordt.
Arboris 2016;160 pagina's; hardcover, zwart-wit; € 24,95
☺☺☺☺

Kijk ook eens op http://hanspols.nl