donderdag 30 juli 2015

Een breuk met grote gevolgen

TON EN TINEKE INTEGRAAL (André Franquin en anderen)
 Halverwege de jaren vijftig is André Franquin op zijn top. Het zijn de gouden jaren van het weekblad Robbedoes en Franquin levert daar met zijn klassiek geworden Robbedoesverhalen een belangrijke bijdrage aan. Waarvoor hij te weinig betaald krijgt. Na een conflict hierover met zijn uitgever, Charles Dupuis, gebeurt wat niemand had verwacht: André Franquin stapt op bij Dupuis en klopt even later aan bij de concurrent: Raymond Leblanc. Die wil Franquin graag in zijn tijdschrift Kuifje hebben en biedt hem een contract voor vijf jaar aan. De breuk met Charles Dupuis had grote gevolgen.
Voor Kuifje bedenkt André Franquin het burgermannetje Ton en zijn vriendin Tineke, waarvan vanaf 1955 wekelijks een grap van één pagina verschijnt. Intussen is het conflict met Dupuis gesust en is Franquin teruggekeerd op het oude nest. Het gevolg daarvan is dat er een hectische periode aanbreekt waarin hij wekelijks twee pagina's Robbedoes tekent, aankondigingstroken op de voorpagina van het weekblad Robbedoes, een pagina Ton en Tineke en daar komt vanaf 1957 ook Guust Flater nog bij. Het kost hem zijn gezondheid. Achteraf gezien is het dus niet vreemd dat hij met gemengde gevoelens op deze periode terugkeek. Dat hij Ton en Tineke met steeds meer tegenzin maakte is er echter niet aan af te zien.
Gelukkig kon Franquin na vier jaar van wat inmiddels een blok aan zijn been was af en werd het contract met Kuifje beëindigd. Leblanc kreeg de rechten van Ton en Tineke en zij zouden nog jarenlang worden voortgezet door en hele rits andere tekenaars, waarvan Dino Attanasio de eerste was. Attanasio werd door Franquin zelf voorgesteld als nieuwe tekenaar en hij hielp hem ook op weg.
In deze hectische periode had Franquin gelukkig een aantal vrienden waarop hij terug kon vallen. Jidéhem werd zijn assistent voor Robbedoes en Will  tekende enige tijd de decors. Voor het schrijven van de grappen voor Ton en Tineke benaderde Franquin twee toen nog jonge stripmakers: Greg en Goscinny. Zij introduceerden een paar bijfiguren in de strip zoals de buurmannen Lawijt en Hanepoot. Met de handelsreiziger Felix en zijn ondeugende neefjes is dan de wereld van Ton en Tineke compleet.
Ton en Tineke is een strip die onder andere wordt geroemd om de vormgeving. De meubels, de auto's, het was allemaal heel modern en gaf een prachtig tijdsbeeld.
Voor het eerst zijn alle 183 grappen die Franquin tekende in chronologische volgorde gebundeld in een dikke uitgave die volledig recht doet aan het talent van een groot stripmaker die ook onder enorme druk en soms met tegenzin zulke schitterende pagina's kon maken. Het is opvallend dat deze platen zestig jaar na dato nog altijd zo fris ogen en dat de grappen nog altijd leuk zijn. Behalve alle pagina's bevat deze integrale uitgave ook een mooie aanvulling in de vorm van vijf goed gedocumenteerde dossiers. Al wil Augustin David wel erg graag laten weten dat hij niet van de straat is en sleept hij er erg veel filosofen om zijn bijna onleesbare betoog te ondersteunen. Nou ja, dat is  dan het enige minpuntje aan deze schitterende, goed verzorgde uitgave van een stripklassieker.
Uitgeverij Le Lombard 2015; 264 pagina's; hardcover; Prijs € 34,95

☺☺☺☺☺

maandag 27 juli 2015

Zwarte sneeuw

Camping Paraiso (Marcel Rouffa & Marc Legendre)


In de afgelopen jaren ontwikkelde Marc Legendre zich tot een veelgeroemde scenarist van stripverhalen, waarvan Amoras de bekendste en best verkopende is.  Voor Camping Paraiso werkte hij (na Asem) weer samen met Marcel Rouffa, een tekenaar met een klein, maar fijn oeuvre. Dat leverde een topper op. Hier is weer de Marc Legendre aan het werk die we kennen van grimmige, duistere verhalen (zoals Amorais of Misschien/Ooit/Nooit) en Rouffa speelt hier perfect op in met een krachtige zwart-witstijl.
Camping Paraiso is een thriller die zich afspeelt in het noorden van Canada. Hier bevindt zich een verlaten camping, waar de schijfster Diane naar toe trekt met de auto om er zichzelf te vinden en inspiratie voor een nieuw verhaal. Ze is niet alleen. Dylan is er ook nog, een veel whisky drinkende zonderling. Diane begin te schrijven, geen roman, maar brieven aan Dylan. Maar welk geheim draagt Dylan met zich mee, wat heeft zich op de camping afgespeeld?
Wat begint als een rechttoe rechtaan thriller verandert in een mysterieus en gelaagd verhaal met de sfeer van een David Lynchfilm. Een duister universum met inktzwarte sneeuw. Bespiegelende momenten worden afgewisseld met gruwelen en geweld. Rouffa en Legendre dalen diep af in de krochten van de menselijke geest. Om het koud van te krijgen.
Gorilla 2015; 172 pagina's zwart-wit; hardcover; € 24,95

☺☺☺☺

zaterdag 25 juli 2015

Leven als een plant

WOEKERAAR (Pieter Coudyzer)
Tom wordt gepest op school. Hij is een dromer die liever naar de natuur kijkt buiten het klaslokaal of naar een spin die zijn web maakt in het venster. Hij wordt tot het uiterste getergd door zijn klasgenoten en kan alleen aan de pesterijen ontsnappen door zich in zichzelf terug te trekken. Maar als hij wakker wordt begint alles weer van voren af aan. Totdat er op een dag een grens bereikt wordt en Tom begint te veranderen... in een boom. Er lijkt geen weg meer terug.
Met Woekeraar debuteert Pieter Coudyzer als stripmaker. Voor liefhebbers van animatiefilms zal zijn naam niet onbekend zijn. Hij maakte meerdere korte films en dit stripverhaal heeft raakvlakken met een van die films: Tree. Ook hierin is te zien hoe een man verandert in een boom. Die metamorfose (geen toevallige verwijzing naar het verhaal van Franz Kafka) is uiteraard symbolisch. Tom is een man die wordt afgewezen door zijn omgeving en zich er steeds meer voor af gaat sluiten. Hij leeft letterlijk verder als een plant. Coudyzer maakt het de lezer met Woekeraar niet gemakkelijk, maar het is wel een mooi getekend, duister  sprookje geworden. 
Uitgeverij Xtra; 116 pagina's kleur; hardcover; Prijs € 19,90

☺☺☺☺

woensdag 22 juli 2015

Drie weggelopen meisjes en een lichtelijk gestoorde boerenjongen

De poort naar de hemel 2 (Makyo & Siccomoro)
 Zeven jaar geleden verscheen het eerste deel van De poort naar de hemel, een tweeluik in de Vrije Vluchtreeks van twee ervaren stripmakers, Makyo en Siccomoro, die eerder al hadden samengewerkt aan Koud licht. Eerlijk gezegd viel deze tweede samenwerking destijds nogal tegen. Goed, het verhaal werd vlot verteld en Eugenio Siccomoro bracht het allemaal heel mooi in beeld, maar het geheel bevatte toch wat te veel clichés. Drie van huis weggelopen meisjes met een zelfmoordpoging achter de rug, een dorpje op het platteland, een verbitterde schilder die het verlies van zijn dochter niet kan verwerken, een lichtelijk gestoorde boerenjongen, we hadden het vaker gezien, ook bij Makyo, die dit verhaal zoals we van hem mogen verwachten ook weer wat smaak gaf met een mystiek sausje. Dit keer is er een steen die je in contact kan brengen met de overledenen als je je oor ertegen legt: de poort naar de hemel.
Einde deel 1. En toen werd het stil. Het leek erop dat dit boek zou eindigen in de steeds voller wordende kast met nooit afgeronde stripseries. Eigenlijk was ik het verhaal al weer vergeten toen ineens het tweede en laatste deel alsnog werd aangekondigd. Dus pakte ik deel 1 er weer bij en las het hele verhaal in één keer uit. Dat viel niet tegen. Alle losse eindjes uit het eerste deel worden keurig aan elkaar geknoopt, het verhaal krijgt body en de plot heeft ook nog een paar verrassingen in petto. Toch fijn dat dit tweede deel toch nog verscheen. Nu het hele verhaal is afgerond blijkt De poort naar de hemel een prima thriller te zijn met kop en staart en een ontroerend einde.
Dupuis 2015; 56 pagina's; hardcover; € 16,95

☺☺☺

maandag 20 juli 2015

Een oude meester in topvorm

Caravaggio 1: Met degen en palet (Milo Manara)
 De schilderkunst is sinds een paar jaar een geliefd onderwerp voor stripverhalen. Aan die trend lijkt nog geen einde te komen, want uitgeverij Glénat kondigde bijvoorbeeld recent een hele serie boeken aan over telkens een andere schilder. Vaak levert een stripverhaal over een schilder een saaie, bloedeloze biografie in stripvorm op en best kans dat het met de reeks van Glénat ook die kant uit gaat. Aan de andere kant heeft het ook pareltjes opgeleverd wanneer stripmakers zich realiseerden dat juist het medium strip meerwaarde kan hebben als je een verhaal vertelt over een kunstenaar. Denk maar aan Typex' Rembrandt of recente vertaalde graphic novels over Munch en Schwitters.
En dan is er Caravaggio! Deze Italiaanse schilder had een kort (1571-1610) en avontuurlijk leven, waarin hij even makkelijk de degen als het penseel hanteerde. Er zou een prachtige avonturenstrip over te maken zijn, maar laten we niet vergeten dat Caravaggio ook de meest invloedrijke Italiaanse kunstenaar was na zijn naamgenoot Da Vinci. Hoewel hij vrij snel na zijn dood alweer werd vergeten en zijn werk pas in de twintigste eeuw werd herontdekt, is zijn invloed enorm geweest. Zonder Caravaggio en zijn meesterlijke beheersing van het clair-obscur zou het werk van bijvoorbeeld Rembrandt en Vermeer er waarschijnlijk heel anders uit hebben gezien.
Milo Manara heeft met Caravaggio gemeen dat hij in zijn kunstdiscipline ook van enorme invloed is geweest. De Italiaan ontwikkelde zich in de jaren tachtig en negentig tot een van de internationaal gezien belangrijkste makers van stripverhalen voor volwassenen. Inmiddels kun je hem zelf een oude meester noemen. Een oude meester die op zijn zeventigste nog in topvorm is en dat bewijst met dit eerste deel van een tweeluik over Caravaggio, dat heel toepasselijk Met degen en palet heet. Die titel geeft heel mooi de tegenstellingen weer in Caravaggio's persoon: enerzijds werd hij bewonderd om zijn virtuoze gebruik van palet en penseel, anderzijds werd hij veroordeeld om zijn losbandigheid, heetgebakerdheid en gebrek aan respect voor kerk en staat.
Manara heeft zich voor zijn Caravaggio grondig gedocumenteerd. De talloze details in het verhaal en de tekeningen tonen dat duidelijk aan. Heel knap laat Manara zijn eigen tekeningen vervloeien met schilderwerken van Caravaggio. Behalve waar het de schildertechniek betreft was Caravaggio ook een meester in het vinden van de juiste opstelling van zijn modellen, laten we zeggen de mise en scène, want voor al zijn werk maakte hij gebruik van modellen. Vaak waren die afkomstig uit het milieu waarin Caravaggio zelf verkeerde: hoeren en kroeglopers. Prachtig is de scène op pagina 56 waar Caravaggio zelf terneergeslagen is bij opstelling van een schilderij over de dood van Maria, waarvoor een net gestorven prostituee poseert. Er ligt hier geen heilige maagd, maar een pas gestorven vrouw.
Caravaggio had enorm veel oog voor detail en wilde de toeschouwer meer bij zijn werk betrekken door de Bijbelse taferelen te plaatsen in een herkenbare setting. Manara laat hier een aantal mooie voorbeelden van zien. Milo Manara maakte deze biografie in  stripvorm met erg veel respect voor de kunstenaar. Misschien iets te veel, want Caravaggio's seksuele voorkeur voor mannen blijft wat onderbelicht, terwijl er wel volop "Manaravrouwen" te zien zijn. Een van hen is ook de belangrijkste verteller van het vrij bekende levensverhaal. De grote verdienste van Manara is dat hij in dit eerste deel zijn eigen visie op Caravaggio's leven en werk weergeeft: zijn levenswandel en zijn kunst waren niet twee gescheiden werelden, maar vloeiden in elkaar over en juist dat maakte hem in zijn eigen tijd tot zo'n bewonderde, maar ook verafschuwde kunstenaar.
Glénat 2015;60 pagina's; harde kaft; € 17,95

☺☺☺☺

woensdag 15 juli 2015

Verleid door de duivel

Love in vain (Mezzo & Dupont) 
Het scheelde niet veel of we zouden nooit iets hebben gehoord van Robert Johnson. Hij stierf in 1938 op slechts 27-jarige leeftijd. Gelukkig maakte de bluespionier H.C. Speir in 1936 en 1937 een opnamesessie met hem. Dankzij die plaatopnamen ging Johnson de geschiedenis in als een van de beste gitaristen aller tijden.
Johnson groeide onder moeilijke omstandigheden op in Mississippi. Zijn echte vader verliet hem  nog voor zijn geboorte en zijn stiefvader toen hij nog een baby was. Zijn enorme libido bracht hem regelmatig in de problemen en al op  achttienjarige leeftijd moest hij trouwen.  Bij de geboorte van zijn kind kwamen zowel zijn eerste vrouw als zijn kind om het leven. Vanaf dat moment trok hij rond om de blues te spelen. Aanvankelijk speelde hij bluesharmonica , maar hij wilde zichzelf liever op gitaar begeleiden. Johnson leerde zo snel en zo goed gitaarspelen dat de legende werd geboren dat hij het had geleerd van de duivel. Het is een van de bekendste legendes van de popmuziek. Op een kruispunt stond Johnson gitaar te spelen toen hij werd benaderd door een mysterieuze man. Die stemde zijn gitaar en gaf hem de gitaar terug en het talent om er op te spelen in ruil voor zijn ziel.
De Fransman Mezzo (Pascal Mesemberg) is de ideale tekenaar om van Robert Johnsons levensverhaal een biografie in stripvorm te maken. Mezoo's werk wordt gekenmerkt door een duistere, gewelddadige sfeer en een voorkeur voor de Verenigde Staten als decor voor zijn verhalen. Meestal werkt Mezzo (met uitzondering van de trilogie De Vliegenkoning) in zwart-wit. Met de nadruk op zwart! Het lijkt alsof de pagina's van Love in vain uit het zwart zijn ontstaan waarbij het vaak schaarse wit dat hij gebruikt voor een beetje licht moet zorgen. Het effect van deze manier van werken is indrukwekkend.
Wie een blik werpt in het boek begrijpt waarom er in Frankrijk al 20.000 exemplaren zijn verkocht en het boek door de Franse stripwinkels is uitgeroepen tot boek van het jaar. Elke pagina van Love in vain is een kunstwerkje op zich. De tekeningen worden ondersteunt door de poëtische teksten van J.M. Dupont  en de Nederlandse uitgave is grafisch perfect verzorgd. En wie is de verteller van het verhaal van Robert Johnsons leven? Ik denk dat je zijn naam al hebt geraden.
Sherpa 2015; 72 pagina's; harde kaft; € 24,95
☺☺☺☺

zaterdag 4 juli 2015

Moord en doodslag in de Middeleeuwen

HET DERDE TESTAMENT - EERSTE CYCLUS (Alex Alice en Xavier Dorison)
Alex Alice is een van de beste tekenaars van realistische stripverhalen van het moment. Wie zich daar zelf van wil overtuigen moet absoluut zijn nieuwe strip Het kasteel in de sterren (waarover later meer) en de integrale versie van Het derde testament aanschaffen.
Met Het derde testament vestigde Alice en Dorison in één klap hun naam, een  adembenemende historische thriller.  Het verhaal speelt zich af in de veertiende eeuw en alles draait om een geheimzinnige reliek waar verschillende partijen jacht op maken. De ellende begint als deze reliek wordt ontdekt in een Frans klooster, gevolgd door een gruwelijke moordpartij. De aartsbisschop van Parijs roept de hulp in van de omstreden voormalige inquisiteur Conrad von Marbourg om het raadsel van het reliek te onderzoeken. Nadat ook de aartsbisschop wordt vermoord gaat von Marbourg op zoek naar een kopie van het geschrift, daarbij geholpen door de wees geworden dochter van de aartsbisscchop.
Hun speurtocht leidt door delen van Europa en voert hun onder andere naar Toledo en Schotland. Daarbij worden ze voortdurend op de hielen worden gezeten door een horde in het zwart geklede ridders, Maar er zijn nog meer partijen die Conad en Elisabeth dwars zitten terwijl zij steeds meer te weten komen. Het geschrift blijkt te zijn geschreven in de eerste eeuw door Julius van Samaria en de onthulling ervan zou heel het christendom opschudden.
Umberto Eco ontmoet Indiana Jones. Zo zou je het verhaal kunnen schetsen. Dorison schreef een complex verhaal met verrassende wendingen dat volledig gebaseerd is op historische gebeurtenissen en personages. Alice leverde er het schitterende tekenwerk bij. Dynamische acties combineert hij met adembenemende decors en interieurs. Het verhaal dat ondanks de complexiteit geen moment onoverzichtelijk wordt heeft tien tot vijjftien jaar nadat het voor het eerst verscheen nog niets aan kwaliteit ingeboet evenmin als de tekeningen.
Het derde testament is een must voor elke stripliefhebber, een moderne klassieker!
Glénat 2015; 230 pagina's; harde kaft; € 45,00
☺☺☺☺☺


vrijdag 3 juli 2015

Trollen, reuzen en houtachtige mannetjes

HILDA EN DE TROL en HILDA EN DE REUS VAN MIDDERNACHT (Luke Pearson)
 Het was een fantastisch idee van uitgeverij Scratch om de avonturen van Hilda in vertaling uit te brengen. Het is momenteel een  van de leukste strips voor een jong publiek, maar ook volwassenen genieten ervan. Hilda werd bedacht door de Engelse illustrator en stripmaker Luke Pearson, maar het decor waartegen de eerste verhalen zich afspelen doet niet erg Engels aan en doet eerder denken aan Scandinavië.
Hilda leeft met haar moeder in een klein huisje op het platteland. Behalve Hilda en haar moeder loopt er ook zo nu en dan een grappig beestje door het huisje rond dat er uit ziet als een hond met een gewei. Verder lijkt de omgeving van het huisje onbewoond, maar dat is slechts schijn.
Er zijn trollen, reuzen, houten mannetjes, wolkachtige wezens en een heleboel onzichtbare dwergen.
Hilda kijkt er niet vreemd van op als ze een van deze wezens tegenkomt. Ze maken allemaal deel uit van haar wereld.
De verhaaltjes die Pearson verzint over Hilda en haar wereld zijn inventief, de tekeningen open, maar rijk aan details, die vaak pas bij een tweede keer bekijken opvallen. En hoewel ze bedoeld zijn voor jonge lezers hebben ze ook een gelaagdheid die door volwassenen zal worden opgemerkt. Wat zeker niet onvermeld mag blijven is dat de boeken heel verzorgd zijn uitgegeven. Pearson is iemand die de kunst verstaat om op een volwassen manier stripverhalen te maken voor een jong publiek, een zeldzaam talent. Hilda verdient een groot publiek.
Scratch books 2015; 36/44 pagina's; harde kaft; € 14,90 per deel

☺☺☺☺

woensdag 1 juli 2015

Een genot om te lezen

PABLO 4: PICASSO (Julie Birmant & Clément Oubrerie)
Met dit vierde deel komt de serie Pablo ten einde. Dat is jammer, want Pablo is  een stripverhaal om van te houden en het is moeilijk om er afscheid van te nemen. Het is een van de beste en leukste kunstenaarsbiografieën die in stripvorm is gemaakt.
In Pablo worden ongeveer twaalf jaar uit het leven van Pablo Picasso beschreven (1900-1912) Het zijn de jaren waarin hij nog op zoek is naar zijn stijl en waarin hij belangrijke ontmoetingen heeft die van grote invloed zijn op zijn leven en werk. In de eerste drie delen stonden enkele van zijn vrienden centraal, Max Jacob, Guillaume Appolinaire en Henri Matisse. Maar het is vooral de mooie Fernande, zijn muze en model, die een centrale plaats inneemt in het verhaal.
Het is het verhaal van een gedreven kunstenaar, een visionair die op zoek is naar zijn weg in de kunstwereld, een aimabele persoon, maar ook een enorm ambitieuze man die mensen gebruikte als het hem goed uitkwam. Picasso was een kleurrijke figuur en Julie Birmant heeft op een knappe manier in deze serie boeken juist die anekdotes uitgewerkt die samen een caleidoscopisch beeld geven van de persoon die hij was, hoe hij dacht over kunst en hoe hij met mensen omging.
Waar kunstenaars in biografieën vaak verheerlijkt en tot een soort heiligen gemaakt worden leidt deze aanpak ertoe dat deze tot stripfiguur gemaakte kunstenaar een mens wordt in al zijn complexiteit. Oubreries tekeningen zijn in perfecte harmonie met het scenario. Als basis hanteert hij een klassieke stripvorm (het wafelijzer) die hij soms afwisselt met paginagrote tekeningen. De personages zet hij enigszins karikaturaal neer (grote neuzen en oren) tegen realistische, geschilderde decors. Ook herken je in de tekenstijl kunststromingen uit de tijd waarin het verhaal zich afspeelt, zoals Jugendstil.
Kortom, Pablo is een knap gecomponeerde serie boeken, maar het is vooral een genot om te lezen en te herlezen.
Blloan 2015; 90 pagina's; harde kaft; € 17,95

☺☺☺☺