maandag 20 april 2015

Een bron van ellende

DE BANK DEEL 1 en 2: 1815-1848 (Boisserie, Guillaume en Maffre)

Sinds een aantal jaren is de wereld van het grote geld een geliefd onderwerp voor schrijvers van stripverhalen. Van Hamme was een soort voorloper met Largo Winch, maar na de financiƫle crises van de afgelopen jaren kun je een boekenplankje vullen met strips over geldzaken: I.R.S. , Bankgeheimen, Shadow banking... Meestal zijn dat thrillers die zich afspelen in onze tijd. Boisserie en Guillaume pakken het anders aan.
In De bank nemen ze een duik in de geschiedenis van het bankwezen aan de hand het (fictieve) bankiersgeslacht de Saint-Hubert. Boisserie en Guillaume laten de geschiedenis van het bankbedrijf beginnen in 1815 in Londen. Nathan Rothschild verdient kapitalen op de beurs door te speculeren op Napoleons overwinning bij de slag om Waterloo. Wat de beurshandelaren niet weten is dat Rothschild insidersinformatie krijgt waaruit het tegendeel blijkt. Met helt geld dat hij zo verdient wordt het nog altijd bestaande bankiershuis van Rothschild gevestigd.
Charlotte en Christian de Hubert zijn twee Franse aristocraten die na de Franse Revolutie berooid in Londen terecht zijn gekomen. Charlotte verdient wat geld door zich in rijke milieus te prostitueren. Via de contacten die ze daar heeft komt ze achter Rothschilds plannen. Ze berooft met haar broer een van haar klanten en met het geld dat ze stelen gaan ze naar beurs. Dat levert een fortuin op, de bron van hun bankbedrijf en van een hoop ellende.
Het tweede deel van De bank speelt zich tien jaar later af in Parijs. Charlotte keert als eerste terug en probeert gebruik te maken van een schadeloosstellingsregeling voor emigranten. Ze bouwt een aardige praktijk op als financiƫle adviseur. Maar wat ze niet weet is dat haar broer ook terug is in Frankrijk en haar op allerlei manieren dwars zit. Haar partner in crime is een felle tegenstander geworden.
Een familiekroniek in stripvorm is geen nieuw idee, het begon allemaal heel succesvol met De meesters van de gerst en daarna kregen we onder andere nog een geslacht van wijnboeren, sigarenhandelaren en nu dus bnakiers. Dat niemand daar ooit eerder op is gekomen. De bank is uitstekend gedocumenteerd en in de boeken is een uitgebreid achtergronddossier opgenomen. Dat je overigens niet hoeft te lezen om het verhaal te kunnen begrijpen.
De eerste twee boeken verschijnen tegelijkertijd en Boisserie en Guillaume willen het tempo er in  houden, dus werken ze voor elke cyclus samen met andere tekenaars. Voor de eerste boeken is dat Julien Maffre, geen eredivisietekenaar, maar zijn werk voor De bank ziet er aardig uit, hoewel hij na De tombe van Alexander het goochelen met rare perspectieven nog niet heeft afgeleerd.
Al met al zijn de twee eerste delen van De bank best leuk om te lezen. Of de serie blijft boeien moet nog blijken.
Dargaud 2015
56 pagina's per deel, kleur; softcover; € 9,50

☺☺☺

Geen opmerkingen:

Een reactie posten