donderdag 12 februari 2015

Wie is de zesde bever?

DE COMPLETE BEVERPATROELJE 1: ZES BEVERS OP AVONTUUR 

Klassieke striphelden hebben een spannend beroep. Ze zijn ridder, cowboy, piloot, autocoureur of detective. En meestal zijn ze ouder dan de jongens die hun avonturen lezen. Die moeten naar school en hebben geen tijd om avonturen te beleven. Behalve natuurlijk als ze bij de padvinderij zitten. En dus werd ook padvinder typisch een 'beroep' voor striphelden. Veel jeugdbladen hadden serie waarin padvinders avonturen beleefden, alleen (Joris Jasper) of samen. Kuifje had de weinig succesvolle 3L, Sjors had de Donderpadjes, maar de ultieme padvindersreeks is natuurlijk De Beverpatroelje. Van 1954 tot 1993 verschenen hun belevenissen eerst in Robbedoes en daarna in boekvorm.
In totaal dertig stuks. In chronologische volgorde worde deze verhalen herdrukt in De complete Beverpatroelje (de foutieve spelling is aangehouden in deze uitgave). In dit eerste deel staan de drie eerste verhalen: Het geheim van Diepenbos, De vermiste padvinder en De onbekende uit villa Mysterie. De Beverpatroelje bestond uit vijf jongens. Vijf? Waarom heet dit boek dan Zes Bevers op avontuur?  Het team van de Beverpatroelje heeft in de eerste verhalen nog niet zijn definitieve samenstelling gekregen en er is inderdaad sprake van nog een zesde lid: Konijn. Als Konijn afvalt blijft er een groepje over  met de stereotype eigenschappen die typerend zijn voor de kinderen in avonturenromans uit die tijd. Denk bijvoorbeeld aan de Vijf van Enid Blyton. Veulen was de leider, Valk de brildragende intellectueel,  Kat de durfal, Tapir had altijd honger en zorgde met zijn stunts voor het humoristische element en tot slot is er Vlieg, de jongste.
De Beverpatroelje werd getekend door Michel Tacq, een man die zelf de padvinderij van heel nabij kende en er ook zijn leven lang bij betrokken is geweest. De verhalen werden voor het grootste gedeelte geschreven door Jean-Michel Charlier. Zijn talent als verteller heeft er zeker toe bijgedragen dat de serie een succes werd.
Deze eerste drie delen doen een beetje ouderwets aan. Twee keer is er sprake van een ontvoering en een keer gaan de jongens op jacht naar een schat. Het is allemaal niet zo origineel en na een pagina of wat kun je vrij makkelijk voorspellen hoe het verhaal gaat aflopen. Dat ze desondanks nog steeds leuk zijn om te lezen is te danken aan Charliers talent om een verhaal te vertellen en de warmte die de verhalen uitstralen. Vriendschap, mededogen en behulpzaamheid bepalen mede de sfeer van de verhalen.
Het is leuk om te zien in deze bundel hoe Tacqs tekenstijl zich ontwikkelt. Eerst is het nog wat stijfjes, maar in het tweede verhaal kiest hij voor een andere aanpak door met drie in plaats van vier stroken te werken in een zwierige stijl. In het derde verhaal keert Tacq weer terug naar pagina's met vier stroken en zijn de tekeningen rijker aan details.
De oorspronkelijke uitgaven van de verhalen in deze bundel zijn alleen nog tweedehands voor veel geld te krijgen. Om die reden alleen is de aanschaf van dit boek al de moeite waard. Maar je krijgt er ook nog eens een informatief dossier bij met uniek illustratiemateriaal.
Arboris 2014
160 pagina's, kleur; hardcover; € 24,95
☺☺☺☺


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen