donderdag 26 februari 2015

De tatoeage als metafoor

LITTLE TULIP (François Boucq & Jerome Charyn)
In 1986 verraste François Boucq, die tot dan toe vooral humor en satire had gemaakt, met De vrouw van de tovenaar, een magisch-realistische misdaadthriller, die werd geschreven door de Amerikaanse romanschrijver Jerome Charyn. Het duo zou nogmaals samenwerken aan Duivelsmond en bijna 25 jaar later steken ze opnieuw de koppen bij elkaar. Dat levert Little Tulip op.
De hoofdpersoon van Little Tulip is Paul (of Pavel), een Russische immigrant die in New York werkt als tatoeëerder en de politie helpt door op basis van getuigenverklaringen schetsen te maken van verdachten van een misdrijf. Het verhaal begint in 1978, als een seriemoordenaar de straten van New York onveilig maakt. De moordenaar laat bij zijn gruwelijk verminkte vrouwelijke slachtoffers een kerstmuts achter en dat levert hem de bijnaam Bad Santa op. Paul probeert de politie te helpen, maar het lukt hem niet om de moordenaar te tekenen. Het lijkt, ook al is de werkwijze steeds identiek, alsof  hij elke keer met een andere persoon te maken heeft. Het verhaal van de jacht op de seriemoordenaar wordt afgewisseld met het verhaal van Pauls traumatische jeugd in een Siberisch gevangenenkamp. Hij leert hier te overleven door zijn tekentalent in te zetten voor het maken van tatoeages en weet zo een positie te verwerven in een van de bendes van het kamp. Die twee verhalen smelten op een knappe manier samen naar de climax van het boek toe.
Little Tulip is prachtig getekend en heeft weer veel beeldelementen die zo typisch in voor het werk van Boucq: kleurrijke personages met vaak wanstaltige hoofden en  lelijke lichamen, bruut geweld en duistere, maar gedetailleerde decors. Het motief van de tatoeage loopt als een rode draad door
 het verhaal heen.

Je zou Little Tulip een mooie synthese kunnen noemen van de twee vorige verhalen die Boucq en Charyn samen maakten. Alle thema's hieruit komen weer terug: jeugdtrauma's, het samensmelten van droom en werkelijkheid, de strijd om het bestaan in de onderbuik van New York en het communistische Rusland. Maar het is ook, en misschien wel vooral, een ode aan het tekenen. Tekenen is in de woorden van Pavels vader een avontuur voor de geest en de man die hem leert tatoeëren noemt het zelfs een verborgen kracht die je kunt activeren om het onzichtbare te vatten. Een mooie metafoor.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen