maandag 29 september 2014

Een adellijke familie in verval

Junker (Simon Spruyt)

Simon Spruyt is een van de belangrijkste vertegenwoordigers van een nieuwe generatie Vlaamse stripmakers, die sinds een jaar of tien aan de weg timmert. Tot nu toe publiceerde hij, inclusief Junker, zeven boeken: De Furox (2 delen), De Bamburgers (3 delen) en S.G.F.
Junker is zijn eerste striproman. Het is het verhaal van twee broers ten tijde van de Eerste Wereldoorlog en speelt zich af in Pruisen, destijds de belangrijkste deelstaat van Duitsland. Ludwig en Oswald Von Schlitt groeien op in een adellijke familie in verval. Van al het personeel is alleen Gretchen, het dienstmeisje, overgebleven. Hun vader is oorlogsinvalide en mist een been. Hun moeder is ziek en verblijft in een sanatorium.  Beide broers treden in hun vaders voetsporen en gaan naar de cadettenschool. Hoewel zijn eerste jaar niet zonder problemen verloopt maar Ludwig maakt gebruik van zijn schiettalent en groeit uit tot een veelbelovende militair. Zijn altijd al tegendraadse broer Oswald gedraagt zich echter steeds rebelser.
Junker is niet het zoveelste stripverhaal over de eerste wereldoorlog wat dit jaar verschijnt. Het is eerder de achtergrond waartegen zich een psychologisch familiedrama afspeelt. In meerdere opzichten is Junker een breuk met Spruyts eerdere werk. Humor en satire afwezig en hij hanteert een andere tekenstijl, een meer 'klare lijn' met in dit geval maar één steunkleur. Pruisisch blauw?
Deze nieuwe manier van werken gaat hem goed af. Het verhaal wordt in een rustig tempo vertelt door Ludwig. Een mooie vondst is dat alle personages die niet belangrijk zijn voor het verhaal geen gezicht hebben zodat alle aandacht uitgaat naar de familie Von Schlitt en hun dramatische lot. Junker is een mooie grafische roman geworden en het hoogtepunt in Spruyts oeuvre tot nu toe.
Blloan 2014
180 pagina's, kleur; graphic novel; € 24,95
☺☺☺☺


zondag 28 september 2014

De zee is niet te schilderen

Ayak + Por (Wilbert van der Steen)


Een Belgisch stripblad publiceerde zo'n twee jaar geleden het korte verhaal Peter en de wolf van de tot dan toe volledig onbekende striptekenaar Wilbert van der Steen. Het verhaal was gebaseerd op het gelijknamige muziekstuk van Prokovjef en viel direct op door de bijzondere manier van tekenen. De pagina's waren niet geïnkt, de kleur was rechtstreeks aangebracht op de potloodtekeningen en, om nog even bij de tekenstijl te blijven, ieder plaatje was ingekleurd met slechts één kleur.
Maar Peter en de wolf viel niet alleen op door de bijzondere werkwijze van van der Steen, maar ook en vooral omdat het een heel sfeervol verhaal is. Marc Legendre (bekend van onder anderen Biebel en Amoras) was onder de indruk en stelde van der Steen voor om samen te gaan werken.

De samenwerking leverden tot nu toe twee verhalen op, die samen met Peter en de wolf zijn gebundeld in Ayak + Por. De titel van het boek wekt de suggestie van een reeks, waarin Ayak en Por de helden zijn, maar ze komen slechts in één verhaal voor, namelijk het eerste: Een mottige theepot. Ayak is een Eskimomeisje en Por is de naam van het hondje dat zij voor haar verjaardag krijgt van een rare professor. Om dat te vieren zet ze een kopje thee in de mottige theepot uit de titel en verschijnt er plotseling hieruit een geest. Van de geest mag Ayak een wens doen. Tja, het gegeven is niet erg origineel, maar de uitwerking heel fraai. De personages zijn charmant en de tekeningen sfeervol en rijk aan details zonder aan scherpte in te boeten.
De oude schilder en de zee is een ouderwetse parabel over een beroemde schilder, die alles kan schilderen en ook al geschilderd heeft, behalve de zee. Hij vertrekt met zijn schildersmaterialen naar de kust om er de zee te schilderen. En dat is minder eenvoudig dan hij denkt.
Als verteller is Legendre enorm op dreef. Hij gaat uit van een eenvoudig idee, werkt dat heel rustig uit en maakt zo van kleine gebeurtenissen grote verhalen. Het zijn moderne sprookjes die horen tot het zeldzame soort strips dat primair bedoeld is voor kinderen, maar leuk is voor lezers van (bijna) alle leeftijden.  Geniet van deze goed vertelde verhalen, zoek er een diepere betekenis achter als je wilt of kijk alleen van de prachtige, gedetailleerde tekeningen. Met zijn eerste stripboek maakt Wilbert van der Steen een van de grote verrassingen van stripjaar 2014. Een droomdebuut.
Strip 2000 2014
46 pagina's, stripalbum met zachte kaft; € 8,95

☺☺☺☺

donderdag 25 september 2014

Animatieklassieker

Flatlife (Jonas Geirnaert)


Jonas Geirnaaert is striptekenaar, cabaretier, televisiemaker en animatiefilmer. Zijn creatie  Kabouter Wesley was korte tijd zeer populair. Hij bedacht het figuurtje al in 2004 toen hij werkte aan zijn afstudeerfilm Flatlife.
Tien jaar later is de tien minuten durende animatiefilm een klassieker. Geirnaert won er een Gouden Palm mee op het filmfestival van Cannes.
Het gegeven van Flatlife is even simpel als geniaal. We zoomen in op vier ramen van een flatgebouw. Achter elk van de ramen bevindt zich een persoon: een mannetje dat speelt met kaarten, een man die tv kijkt, een vrouw die de was doet en een mannetje dat vazen schildert en (niet toevallig) lijkt op Boerke. Rond elk van de personages ontwikkelt zich een verhaal en die verhalen raken soms met elkaar vervlochten als de personages met elkaar te maken krijgen.
Van de tekenfilm is nu een soort stripversie verschenen. Elke pagina laat zien wat er zich tegelijkertijd in de onder of naast elkaar gelegen appartementen afspeelt. Een voordeel ten opzichte van de film is dat je als lezer de mogelijkheid hebt om  je eigen tempo te bepalen. Het nadeel is dat er vaak erg weinig gebeurt op de andere plaatjes als de actie is verplaatst naar een van de vier kamers en daar het accent opligt. De beleving is anders als bij de tekenfilm, maar het werkt wel.
Een leuk extraatje is het achterin het boek afgedrukte storyboard. Bij het boek zit ook een dvd met de tekenfilm. Leuk.
De Harmonie 2014
248 pagina's, kleur; hardcover met DVD; € 24,95

☺☺☺☺

woensdag 24 september 2014

Een harde, onsympathieke inspecteur

La Mondaine 2 (Jordi Lafebre & Zidrou)
  

In het eerste deel van La Mondaine blijft een aantal plotlijnen openstaan. Logisch ook, bij een tweeluik, jammer alleen dat ze niet bevredigend worden afgerond  het tweede deel. In het eerste deel van La Mondaine (http://johpols.blogspot.nl/2014/07/heftige-emoties-en-onzedelijke-situaties.html) maakten we kennis met Aimé Louzeau, inspecteur bij de Parijse zedenpolitie in de jaren dertig van de vorige eeuw, zijn collega's en zijn familie. De eerste pagina's en het slot van het eerste deel maakten al duidelijk dat we Aimé in ieder zouden blijven volgen tot in de Tweede Wereldoorlog.
Louzeau vervolgt zijn loopbaan bij de politie en zijn relatie met het hoertje Valentine. Zijn thuissituatie wordt er intussen niet beter op nu zijn geestelijk gestoorde vader bij hem en zijn moeder in is komen worden. Aimé verhardt en wordt steeds onsympathieker. Zijn vader draait helemaal door en zijn moeder neemt daarom een dramatisch besluit.
Intussen is Parijs bezet door de nazi's en worden de Joodse inwoners opgepakt, inclusief Valentine. Aimé blijft er schijnbaar onbewogen bij. Intussen is hij getrouwd met een vrouw waar hij niet van houdt. Nog altijd heeft hij een obsessie voor de zwarte danseres Eeva, die inmiddels in een inrichting is beland. De ellende hoopt zich op in het leven van Aimé en de mensen om hem heen.
Zidrou is een goede verteller en Lafebre kan prachtig tekenen zodat ook dit tweede deel weer een plezier is om te lezen, maar op de laatse pagina's gaat het mis. Het lijkt erop dat Zidrou met dit verhaal teveel hooi op zijn vork heeft genomen, want het lukt hem niet om al de verhaallijnen samen te laten komen in een bevredigend einde. Alleen een kunstgreep kan het verhaal dan nog redden. Jammer.
Dargaud 2014
64 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 16,95
☺☺☺


zaterdag 20 september 2014

Een spiritueel avontuur

Majoor Fataal (Moebius)
 


Jean Giraud, ook bekend als Moebius, wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste stripmakers van zijn generatie en veel mensen beschouwen Majoor Fataal als zijn belangrijkste werk.
Je zou kunnen zeggen dat Girauds carrière verliep via twee sporen. In de jaren zestig begon hij strips te tekenen voor Pilote onder zijn eigen naam. De western Blueberry, die Jean-Michel Charlier  voor hem schreef groeide uit tot een van de populairste series van Frankrijk en ver daarbuiten. Tegelijkertijd werkte Giraud voor het satirische tijdschrift Hara Kiri onder het pseudoniem Moebius. Hij tekende hiervoor in 1963 en 1964 een aantal korte, door de tekenaars van Mad geïnspireerde verhalen. Vervolgens besteedde hij al zijn tijd aan Blueberry afgezien van een paar korte verhalen voor Pilote.
Na een breuk met zijn uitgever richtte Giraud met een aantal andere stripmakers in 1974 het tijdschrift Metal Hurlant en hij pakte ook het pseudoniem Moebius weer op, waaronder hij steeds vreemdere sciencefictionstrips ging maken. Als Giraud maakte hij traditionele avonturenstrips, maar als Moebius experimenteerde hij naar hartenlust met tekenstijlen en manieren om een verhaal te vertellen. Daarmee gaf hij blijk van een enorme vrijheidsdrang. Een personage dat in zijn verhalen uit die tijd regelmatig opduikt is de majoor, majoor Grubert of majoor Fataal, zoals hij ook wel wordt genoemd. In de eerste jaren van Metal Hurlant was Giraud als Moebius enorm productief: hij maakte het tekstloze Arzach, klassiek geworden verhalen zoals L'homme, est il bon? en ging van start met De hermetische garage.
Voor dit verhaal liet Moebius de traditionele manier van stripmaken, waarbij eerst een verhaal pagina voor pagina wordt uitgeschreven en daarna pas getekend, achterwege. En daarmee schreef hij geschiedenis. Moebius begon te werken zonder te weten waar het hem heen zou leiden. De pagina's ontstonden op een spontane manier en hij liet zelfs de eenheid van tekenstijl achterwege om te kunnen experimenteren met allerlei stijlen. Aanvankelijk was de door de Engelse schrijver Michael Moorcock bedachte Jerry Cornelius de hoofdpersoon op, maar na een aantal pagina's dook in De hermetische garage ook majoor Fataal weer op en werd het belangrijkste personage. Uiteindelijk ging het hele verhaal zo'n honderd pagina's tellen. Voor de latere albumuitgave werd De hermetische garage aangevuld met de korte verhalen waarin de majoor voorkomt en uitgegeven onder de titel Majoor Fataal. De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1981 bij uitgeverij Yendor. Ruim dertig jaar later ligt er een nog mooiere en completere versie van Majoor Fataal in de winkel die volledig recht doet aan het talent van Moebius.
Op de eerste pagina's van zijn bestaan is de majoor nog een wat komisch mannetje dat bizarre, humoristische avonturen beleeft, maar in De hermetische garage krijgt hij in de loop van het verhaal steeds meer karakter. Het verhaal, dat zich overigens erg moeilijk laat samenvatten verandert ook van toon. De kolder maakt plaats voor een episch avontuur.
De hermetische garage is het verhaal waarmee Moebius volledig tot ontwikkeling kwam als stripmaker. Er staan prachtige getekende pagina's in met talloze arceringen die  zo kenmerkend werden voor zijn tekenstijl. Achteraf gezien legde Moebius met Majoor Fataal ook de basis voor al zijn latere personages. Overigens zijn al die personages op hun beurt ook weer afsplitsingen van Giraud zelf, die stripmaken behandelde als een spiritueel avontuur en met elk nieuw verhaal zijn zoektocht voortzette. Eerlijk gezegd is het verhaal zelf maar moeilijk te begrijpen zonder toelichting, maar met de teksten van Moebius en Jodorowsky uit deze nieuwe uitgave kom je een heel eind. 
De invloed van Majoor Fataal was enorm. Het boek leidde tot de latere samenwerking met Alessandro Jodorowsky aan John Difool en was Moebius visitekaartje voor de Amerikaanse filmwereld. Met name daarom is Majoor Fataal zo'n belangrijk boek geweest, en is het een mijlpaal, niet alleen in Girauds loopbaan, maar ook voor de ontwikkeling van de Europese strip.
Deze nieuwe uitgave doet volledig recht aan het belang van Majoor Fataal. Er is de uiterste zorg besteed aan de reproductie van het materiaal, vertaling en lettering en op het grote formaat komen de pagina's volledig tot hun recht.
Het is een uitgave geworden die getuigt van groot respect voor een fantastische stripmaker en zijn belangrijkste werk.

Sherpa 2014
48 pagina's, zwart-wit; hardcover stripalbum; € 49,95
☺☺☺☺☺


zondag 14 september 2014

Een lust voor het oog

Meer als het klikt (Dominique Goblet en Kai Pfeiffer)

Dominique Goblet is de frontvrouw van de Franstalig Belgische strip avant-garde. Net als gelijkgestemden zoals Thierry van Hasselt, Vincent Fortemps en Denis Deprez rekt zij sinds ze einde jaren negentig debuteerde de grenzen van het medium strip verder op. Haar werk bleef niet onopgemerkt. Vooral het autobiografische Net doen alsof is ook liegen kreeg brede waardering.

Voor haar nieuwste boek Meer als het klikt ging ze een samenwerking aan met Kai Pfeiffer. Deze Duitse stripmaker stelde onder anderen een aantal bloemlezingen samen en maakte stripreportages voor een aantal Duitse kranten. Bij een ontmoeting in 2011 op een stripfestival spraken beide auteurs af om samen iets te gaan maken. 

Meer als het klikt ontstond op een bijzondere manier. Ze schreven vooraf geen verhaal, het enige dat vaststond was het thema 'datingsite'. Beide stripmakers begonnen te tekenen en stuurden elkaar hun in vieren gedeelde pagina's toe, waarna ze vervolgens elkaars werk aanvulden. Toen er op deze manier een honderdtal pagina's gemaakt was legden ze deze bij elkaar en probeerden er een verhaal in te ontdekken. En wat bleek: bij deze spontane manier van werken was er als vanzelf een verhaal ontstaan met in de hoofdrollen een alleenstaande vrouw, haar ex-man (agent love) , haar (verdronken) dochter en een hele rij kandidaat-partners. Als een soort Penelope die wacht op haar man Odysseus houdt ze de vrijers aan het lijntje en laat hen een zwembad graven in haar tuin.

De eerste pagina's van Meer als het klikt zijn spontane associaties op de teksten die je in contactadvertenties aantreft, maar gaande weg ontvouwt zich het verhaal, dat zich niet direct na een eerste keer lezen volledig prijsgeeft. Maar dat geeft niet, want de pagina's zijn stuk voor stuk de moeite waard om opnieuw te ontdekken. De grafische experimenten met verschillende materialen, symbolen en stijlen zijn een lust voor het oog.

Bries 2014
172 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 33,00

☺☺☺☺☺

Deze bespreking verscheen eerder in een iets andere vorm in het zomernummer 2014 van Zone 5300