vrijdag 31 januari 2014

Wonderbaarlijk en sprookjesachtig

Vito 1: De andere kant
(Eric Stalner)

 
Eric Stalner is met zo'n zes titels per jaar waarschijnlijk de meest vertaalde Franse stripmaker van het moment. Reeksen van zijn hand verschijnen de laatste jaren bij de uitgeverijen Glénat (Reiziger, Flor de Luna), Medusa (Lijst 66) en sinds kort ook Daedalus. Deze uitgever nam de reeks Ze waren met tien over van het failliete 12Bis, publiceert de reeks Sektor en bracht  de one shot Wolf uit. Hun volgende uitgave van Eric Stalners hand is het eerste deel van Vito. Dat Stalner populair is, is niet verwonderlijk. Hij weet een goed verhaal te vertellen in allerlei verschillende genres en dat ook nog eens mooi in beeld te brengen, waarbij hij soms een beroep doet op anderen voor het tekenwerk (Reiziger) en Pierre Boisserie voor de scenario's.
De reeks Vito gaat veelbelovend van start. Het verhaal speelt zich kort na de Tweede Wereldoorlog af op Sicilië. Giuseppe reist langs verschillende dorpen en vertoont er in de open lucht films zoals King Kong en De schone en het beest. In een van die dorpen geeft iemand hem een blik met een stuk film. Giuseppe bekijkt hem en is onder de indruk van het realisme waarmee is gefilmd hoe een centaur een meisje achtervolgd, alsof er geen trucages zijn gebruikt. Het publiek is diep onder de indruk als hij deze film gaat vertonen. Na afloop van een van die vertoningen wordt hij aangesproken door een jongeman die hem zijn assistentie aanbiedt. Giuseppe bedankt hiervoor maar de jongen laat hem niet los. Vito, de jongen, vertelt hem zijn levensverhaal en Giuseppe neemt hem onder zijn hoede. Samen reizen ze naar een oude ruïne waar Vito meer over zichzelf en zijn lot te weten hoopt te komen. Daarbij worden ze achtervolgd door Vito's familie. De reis zal hen voeren naar een wonderbaarlijke wereld waarvan ongetwijfeld in volgende delen meer onthuld zal worden. De sfeer van het verhaal heeft iets weg van Het land van Langvergeten en Sasmira van Vicomte, waarin op een vergelijkbare manier onze werkelijkheid en een fantastische wereld met elkaar vervloeien.
Dit eerste deel van Vito is spannend, op een bepaalde manier romantisch en sprookjesachtig en verwondert de lezer door de schoonheid van de direct ingekleurde tekeningen en de magische gebeurtenissen.

Daedalus2014
48 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 17,95
☺☺☺☺

woensdag 29 januari 2014

Onwaarschijnlijke gebeurtenissen

Terug naar Congo
(Hermann & Yves H.)

Hermann(Herman Huppen) is een van de groten van het stripverhaal. Hij kan geweldig tekenen, zowel met penseel als rechtstreeks in kleur en hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen in beelden. Het is bijna niet te geloven dat hij met zijn manier van werken en zijn inmiddels gevorderde leeftijd nog zo'n hoge productie heeft. Behalve een deel van Jeremiah per jaar slaagt hij er ook nog in om jaarlijks een of meer one shots te maken. Binnenkort mogen we de thriller Station 16 verwachten en sinds een tijdje ligt Terug naar Congo al in de winkel. Voor Terug naar Congo werd het verhaal geschreven door Yves, de zoon van de tekenaar. Terug naar Congo is niet Hermanns beste boek. Voor het tekenwerk hoef je deze uitgave niet te laten liggen, dat is van de kwaliteit die we van hem gewend zijn, mooie direct in kleur gemaakte pagina's met zinderende Afrikaanse landschappen, levensechte dieren en kleurrijke personages. Maar er is iets mis met het verhaal. De hoofdpersoon in Terug naar Congo, dat zich afspeelt in 1928, is Remy Georget, een jonge journalist die erachter komt dat hij een tot dan toe onbekend familielid heeft in Congo. Hij krijgt de kans om met meneer Lingot, de conservator van het Afrikamuseum, mee te reizen naar Congo. Lingot weet Congo niet meer te bereiken, hij wordt onderweg aan boord van het schip waarmee ze reizen vermoord. Georget komt erachter dat de moord op Lingot deel uit maakt van een complot en ook zijn oom gevaar loopt. Ondanks een aantal erg toevallige wendingen in de plot begint Terug naar Congo nog als een tamelijk realistisch verhaal, het soort verhalen waar Hermann goed in is. Maar eenmaal in Afrika krijgt het verhaal een wending: nieuwe personages zijn karikaturaler, de gebeurtenissen worden steeds onwaarschijnlijker en de plot raakt ondergeschikt aan de elkaar opeenvolgende grappen van vaak bedenkelijk niveau. Vader en zoon Huppen hebben blijkbaar met Terug naar Congo een humoristische avonturenstrip willen maken of zelfs satire. Er is weinig fantasie voor nodig om in de naam van de hoofdpersoon Remy Georget  een verwijzing te herkennen naar Hergé, de auteur van Kuifje van wie de echte naam Georges Remy was. Het boek zit vol met verwijzingen naar het eerste Kuifje-album Kuifje in Congo (later uitgegeven als Kuifje in Afrika) Het lijkt wel alsof Yves H. het zo druk had met het bedenken van al deze knipoogjes dat dit ten koste ging van de intrige. Misschien had hij deze strip moeten maken met iemand anders dan zijn vader. Hermanns stripverhalen en humor gaan niet zo goed samen, niet dat ze vrij zijn van humor, maar dan is het toch meestal eerder galgenhumor dan de slapstickscènes die hij nu in beeld brengt. Die overtuigen niet.

Glénat 2013
56 pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 15,95

☺☺

maandag 27 januari 2014

Varkensachtige hondjes die Etruskisch spreken


Ijstijd(Nicolas de Crécy)



In 2005 gingen, het Parijse museum het Louvre en stripuitgeverij Futuropolis een samenwerking met elkaar aan om de collectie van het Louvre in een aantal stripalbums onder de aandacht te brengen. Dat heeft inmiddels geleid tot een mooie serie boeken van gerenommeerde stripmakers zoals Enki Bilal, Bernard Hislaire en Etienne Davodeau, maar ook Eric Liberge, Marc-Antoine Matthieu en Hirohiko Araki. De serie werd geopend met het boek waarvan sinds kort een vertaling in de winkel ligt: IJstijd van Nicolas de Crécy. De Crécy is al sinds hij voor het voetlicht trad met Foligatto (1991) een van de meest intrigerende stripmakers van Frankrijk. Van zijn werk werd tot nu toe nog niet veel vertaald: Foligatto, Prosopopus (hoewel je hier niet echt van een vertaling kunt spreken) en een deeltje in de serie Salvatore. Naar het schijnt is een vertaling van zijn chef d'oeuvre Le bibendum céleste in de laden van verschillende uitgevers belandt en blijven liggen. Dat is niet zo verwonderlijk, want de  Crécy is geen gemakkelijke auteur om te lezen en wie werk van hem in vertaling uitbrengt neemt daarmee een risico.
De mannen van Zet.El durfden het aan en op zaterdag 18 januari werd IJstijd feestelijk gelanceerd in het Institut Francais des Pays bas, met een expositie over de  Crécy  in het algemeen en IJstijd in het bijzonder die nog tot 31 januari te zien is. IJstijd  is een van de Crécy's meer toegankelijke strips. Het is een variatie op een bekend thema: Stel dat onze beschaving zou vergaan en ergens in de toekomst graven archeologen er de resten van op. Welk beeld van die beschaving zouden ze  dan  reconstrueren aan de hand van de voorwerpen die ze aantreffen bij hun opgravingen? In het geval van IJstijd heeft er een drastische klimaatsverandering plaatsgevonden en is heel de westerse wereld bedekt onder een laag ijs. Een groep wetenschappers bestaande uit mensen en intelligente, pratende, varkensachtige hondjes neemt deel aan een expeditie en trekt over de ijsvlakte naar de plek waaronder zich Parijs moet bevinden. De spanningen in de groep lopen op. Hulk, een van de hondjes kan er niet langer tegen en loopt weg. Hij ontdekt bij toeval als eerste een deel van het Louvre en gaat in gesprek met de oude kunstvoorwerpen, veelal beelden, die zich daar bevinden. De rest van de expeditie komt in een hal terecht met schilderijen. Heel grappig zijn de pagina's waarop een van de expeditieleden een complete mythologie bij elkaar verzint op basis van de schilderijen die hij ziet. Even leuk zijn de gesprekken die Hulk voert met de oude beelden:"Ik begrijp nog steeds niet waarom je hem in het Etruskisch aanspreekt. Dat is al zo lang een dode taal."  De Crécy verwerkte een indrukwekkend aantal werken uit het Louvre in zijn verhaal, meestal zijn reproducties van werken te zien maar er zijn ook een aantal afbeeldingen die van het schilderij af en tot leven komen met de pen van de  Crécy zoals Rembrandts geslachte os. IJstijd is geen reclamefolder geworden voor het Louvre maar een echt boek waarvoor de maker zich liet inspireren door de werken in het Louvre staan en hangen en daarbij zijn eigen stijl en thema's trouw blijft.
Het boek is mooi en goed verzorgd uitgegeven en een aangename (hernieuwde) kennismaking met een mooie kunstcollectie, een fraaie reeks boeken en het werk van een eigenzinnige stripmaker.

Stichting Zet.el 2014
80pagina's, kleur; hardcover stripalbum; € 21,95
☺☺☺☺


Het is geen geheim dat ik redacteur ben geweest van Zozolala. Zozolala was een uitgave van Stichting Zet.El, tevens de uitgever van IJstijd. Ik hecht er waarde aan om hier te vermelden dat ik op geen enkele manier betrokken ben geweest bij deze uitgave. De tekst hierboven geeft mijn persoonlijke mening weer.

zondag 19 januari 2014

Batman is dood



Batman: Hoe is het afgelopen met de duistere ridder?
(Andy Kubert & Neil Gaiman)



Nadat hij Sandman had afgerond ging Neil Gaiman zich toeleggen op het schrijven van romans en door Dave mcKean geïllustreerde kinderboeken. Hij ontwikkelde zich tot een veelzijdige auteur die verder ook nog scenario's schreef voor film en televisie en hij bleef regelmatig stripverhalen schrijven. Hij verkeerde nu in de luxe positie dat hij zelf  zijn projecten kon uitkiezen en regelmatig wordt hij door uitgevers benaderd om iets voor hen te maken. Zoals in 2008, toen Dan DiDio, een redacteur van DC, hem vroeg om een tweedelig verhaal te schrijven voor de laatste afleveringen van Detective Comics en Batman, twee comics waarin de verhalen van Batman werden voorgepubliceerd. Dat werd  Whatever happened to the Caped Crusader?, een heel goed Batman-verhaal, niet alleen dankzij Gaimans doordachte scenario, maar ook vanwege het voortreffelijke tekenwerk van Andy Kubert. Het is een soort raamvertelling. Batman is dood en al zijn vrienden en vijanden zijn bij elkaar gekomen in de kapel waar zijn kist staat voor een dodenwake. Daarbij halen ze herinneringen op aan Batman en Bruce Wayne. Dit verhaal wordt verteld door Batman zelf vanuit zijn kist. Wat had je anders verwacht van Neil Gaiman? Interessant aan dit verhaal is dat elk van de genodigden die aan het woord komt een andere visie op de 'duistere ridder' heeft. In het verhaal laat Gaiman hier zien hoe er in de loop der jaren tegen Batman werd aangekeken en hoe er over zijn beweegredenen wordt gepsychologiseerd. Andy Kubert laat je met zijn tekenwerk een soort tijdreis maken langs de verschillende manieren waarop Batman en de bijfiguren uit de serie in de loop der jaren zijn getekend door onder anderen Bob Kane, en Neal Adams. The Joker is bijvoorbeeld op verzoek van Neil Gaiman getekend in de stijl van Jerry Robinson. Overigens is ook als je dit niet zou weten Hoe is het afgelopen met de duistere ridder? een verhaal om van te genieten. Een verhaal met weinig actie, veel diepgang en enerzijds een mooie aanvulling op de 'Batman-canon' , maar het is ook een verhaal dat onmiskenbaar Gaimans stempel draagt en deel uitmaakt van zijn omvangrijke en veelzijdige oeuvre.

Voor deze Nederlandstalige uitgave werd Whatever happened to the Caped Crusader?, aangevuld met vier andere verhalen die Neil Gaiman schreef over personages uit de Batmanreeks. De meeste hiervan zijn nog duidelijk uit Gaimans beginperiode als stripscenarist(rond 1988) en werden ooit gemaakt voor de reeks Secret Origins, destijds een soort proeftuin voor aankomend striptalent. Het eerste verhaal gaat over Poison Ivy en het tweede over de Joker. Het heel matige tekenwerk van deze verhaaltjes staat in schril contrast met dat van Kubert. Extraatjes in  deze uitgave die wel de moeite waard zijn, zijn het grappige zwart-witverhaal uit Batman Black and White 2 met tekeningen van Simon Bisley en de pagina's uit het schetsboek van Andy Kubert. Het geheel word keurig ingeleid door de schrijver zelf. Laat dat maar aan Neil Gaiman over.


Lion DC Comics 2013
128 pagina's, kleur; gebonden boek; € 18,95
☺☺☺

maandag 13 januari 2014

De stof waarvan dromen gemaakt zijn

Sandman Deluxe boek één: Preludes & Nocturnes
(Mike Dringenberg, Sam Kieth, Malcom Jones III & Neil Gaiman)

 
Ruim twintig jaar nadat de eerste afleveringen in de Verenigde Staten verschenen ligt er eindelijk een vertaling in de winkels van één een van de beste strips die ooit is gemaakt: Sandman van  Neil Gaiman. Voor de oorsprong van het verhaal moeten we helemaal terug naar de jaren dertig van de vorige eeuw toen pulpschrijvers de ene na de andere misdaadbestrijder bedachten. Een van die personages was Sandman, een keurig geklede man met als merkwaardig uiterlijk kenmerk dat hij altijd een gasmasker droeg. Met reden want hij versloeg zijn tegenstanders door ze te beschieten met slaapgas. De rechten op dit personage lagen ergens in een kluis bij uitgeverij DC toen een jonge Engelse schrijver daar zijn entree maakte. Neil Gaiman had wat stripscenario's geschreven voor 2000 AD, maar in Groot Brittannië is dat wel zo'n beetje het hoogste wat je kunt bereiken. In de Verenigde Staten waren meer mogelijkheden voor getalenteerde Britten en net als Alan Moore, Grant Morrisson en nog enkele anderen ging Neil Gaiman voor uitgeverij DC werken. Hij maakte meteen veel indruk met Black Orchid, een miniserie die draaide om een weinig opvallende bijfiguur uit de Batman-verhalen. Gaiman gaf er een moderne draai aan en Dave mcKean bracht het verhaal prachtig in beeld. Het werd een succes en maakte voor Neil Gaiman de we vrij voor het grotere werk.
Net zoals hij dat eerder had gedaan met Black Orchid wist Gaiman ook de Sandman te transformeren van een op zich  niet erg indrukwekkend personage tot een boeiend en kleurrijk karakter.
Uiteindelijk zou Neil Gaimans visie op de Sandman een verhaal in 75 hoofdstukken opleveren die werden gepubliceerd tussen 1988 en 1996. Oorspronkelijk verschenen de hoofdstukken als losse comic waarna ze werden gebundeld in tien boeken. In een recent interview bekent Neil Gaiman dat hij het liefst zou zien dat alle hoofdstukken van Sandman in één dik boek  worden uitgegeven, maar druktechnisch valt dat niet te realiseren.. Er zijn inmiddels wel allerlei versies van Sandman in omloop, van eenvoudig uitgevoerde paperbacks tot luxe uitgevoerde gebonden boeken en zelfs een geannoteerde versie. De Nederlandstalige uitgave verschijnt in een zogenaamde Deluxe versie, een op glanzend papier gedrukte uitgave met de eerste acht hoofdstukken en een heleboel achtergrondinformatie en extra pagina's. Aan deze boekuitgave is veel zorg besteed, de uitvoering is perfect en met name ook de letteraar en vertalers verdienen een compliment.
De eerste acht hoofdstukken van Sandman vormen samen het boek Preludes & Nocturnes, waarin de Sandman wordt geïntroduceerd. Het verhaal omspant een periode van ruim zeventig jaar en begint ergens in de jaren dertig als een Engelse occultist in een poging om de heerser van het dodenrijk op te roepen in plaats daarvan de heerser van de droomwereld oproept: Morpheus, Dream, The Sandman... Het naakte, weerloze wezen wordt jarenlang door de magiër gevangen gehouden en de attributen van de Sandman raken verspreid over de wereld: een gasmasker, een zakje met zand en een edelsteen. Als de Sandman zich na jaren weet te bevrijden komt hij er achter dat zijn Droomwereld zo goed als vergaan is  en om zijn macht te herstellen gaat hij op zoek naar de drie voorwerpen. Het eerste voorwerp, de zak met zand vindt hij terug op aarde, voor het tweede voorwerp, het masker, moet hij naar de hel. De steen is in handen gevallen van een gek, doctor Dee (Doctor Destiny) die de macht van de steen wil aanwenden om de waanzin over de wereld te laten heersen. Het hoofdstuk 24 hours is een van de engste verhalen die Neil Gaiman ooit heeft geschreven. Hierin gijzelt Doctor Dee de bezoekers van een koffiebar en speelt met hun geest zoals een kind met poppen speelt.
In Preludes & Nocturnes staat de Sandman nog met één been in het DC universum, Neil Gaiman moet zijn draai nog vinden en op elk van de hoofdstukken valt wel iets aan te merken, zoals de auteur ook zelf erkent in het nawoord, maar (en ook daar ben ik het met hem eens) ieder hoofdstuk bevat ook elementen waar hij trots op kan zijn. In Preludes & Nocturnes legt hij de basis voor wat allemaal nog gaat komen. En dat is een uiterst boeiende verkenning van literatuur, mythologie en geschiedenis. Het is ook het verhaal van een personage dat na zeventig jaar weg te zijn geweest een nieuw bestaan op moet bouwen  met vallen en opstaan en die moet proberen om fouten die hij eerder gemaakt heeft niet opnieuw te maken. De basis voor deze belangrijke verhaallijn wordt gelegd in het laatste hoofdstuk van dit boek: het ontroerende The beating of her wings, een van de mooiste korte verhalen die Gaiman ooit heeft geschreven. Dream brengt hierin een dag door met zijn zuster Death. Voor Death is het een gewone werkdag en Dream maakt mee hoe zij (Ja, bij Neil Gaiman is de dood een vrouw, en wat voor een!) heel uiteenlopende mensen helpt om de drempel tussen dood en leven over te steken en ze praten met elkaar. Een doodgewone dag, maar een die stof tot nadenken geeft.

Lion Comics Vertigo 2013
252 pagina's, kleur; gebonden boek; € 27,95
☺☺☺☺

maandag 6 januari 2014

De zinloosheid van het leven

De vreemdeling (Jacques Ferrandez naar Albert Camus)

 
In 2013 was het honderd jaar geleden dat Albert Camus werd geboren. Wellicht heeft dit gegeven er toe bijgedragen dat de stripversie van De vreemdeling in vertaling verschenen is. Camus was een van de belangrijkste schrijvers van de vorige eeuw. In zijn korte leven, hij stierf in 1960 bij een verkeersongeluk, heeft hij veel invloed gehad op de literatuur en de filosofie van zijn tijd. Zijn literaire oeuvre is bescheiden gebleven, maar wordt gelukkig nog altijd gedrukt en gelezen. Behalve De vreemdeling zijn ook De pest en De val bekende titels van zijn hand. Met Jacques Ferrandez heeft Camus gemeen dat beiden geboren werden in Algerije. Lange tijd beschouwden de Fransen Algerije niet zozeer als een kolonie van Frankrijk, maar als een provincie die deel uitmaakte van de republiek. Op het moment dat Ferrandez werd geboren was er in Algerije al een felle onafhankelijkheidsstrijd losgebarsten. Algerije was voor de pied-noirs een gevaarlijk land geworden en hij verhuisde met zijn ouders naar Nice toen hij pas enkele maanden oud was. De Algerijnse oorlog verwerkte Ferrandez in de (helaas niet volledig vertaalde) vijfdelige serie Carnets d'Orient ( Oriëntaals dagboek). In deze serie maakte hij voor het eerst gebruik van aquarellen die hij combineerde met meer traditionele striptekeningen, een techniek die hij nog altijd gebruikt en die ook terug te zien is in De vreemdeling. Een mooi voorbeeld hiervan is de dubbele pagina 26/27 waarop Meursault ontwaakt in zijn appartement en de omgeving hiervan en het straatleven zijn uitgewerkt in aquarel. Meursault is niet direct een personage dat veel sympathie oproept, hij is afstandelijk, onverschillig en nihilistisch. Na de dood van zijn moeder komt de jonge man onder de invloed van zijn buurman, een voormalige bokser met een gewelddadige inslag. Er ontstaat een gespannen situatie die zal leiden tot de moord op een Algerijnse jongen. Het tweede deel van het verhaal beschrijft het proces tegen Meursault, die halsstarrig blijft weigeren om zich te verdedigen en zich aan te passen aan de maatschappij, wat hem zo goed als zeker de doodstraf op zal leveren. De vreemdeling is geen dikke roman, het telt nauwelijks meer pagina's dan deze stripbewerking, maar het is daarmee geen eenvoudig boek. Er gebeurt weinig in en je zou het kunnen zien als een illustratie in romanvorm van Camus' filosofie zoals hij die met name in De mythe van Sisyphus beschreef. Zonder enige kennis hiervan valt het gedrag van Meursault moeilijk te begrijpen. Vaak wordt Camus in een adem genoemd met Jean-Paul Sartre, maar er zijn wel degelijk verschillen tussen de existentialistische filosofie en het denken van Albert Camus. Je zou Camus eerder een absurdist kunnen noemen dan een existentialist. Volgens hem is het leven zinloos en lijden mensen omdat ze proberen er zin aan te geven. Wie zich dat realiseert heeft drie opties: zelfmoord plegen, zich overgeven aan een religie of doorleven in het besef dat het leven zinloos is. Deze derde groep noemde Camus absurde helden. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat Meursault ook in deze categorie valt. Het is jammer dat dit boek zonder toelichting is uitgegeven. Wie aan De vreemdeling begint zonder iets van Camus of het absurdisme af te weten zou baat hebben bij een korte inleiding. Maar het is een mooi boek. Jacques Ferrandez is erin geslaagd om De vreemdeling adequaat te bewerken tot een vlot lezend stripverhaal zonder dit ten koste te laten gaan van de filosofische laag die het verhaal heeft. Het is goed om weer eens een strip van hem in vertaling te zien. De tekeningen zijn mooi en Ferrandez weet de Algerijnse hitte bijna voelbaar weer te geven. Het zweet druppelt bijna van de pagina's af.

Uitgeverij Blloan 2013
134 pagina's; hard cover stripalbum, kleur; € 29,95
☺☺☺☺

vrijdag 3 januari 2014

Een zwaar verminkte, jonge vrouw


De Zwarte Dahlia
(Myles Hyman, Matz, David Fincher & James Ellroy)

 
 De Zwarte Dahlia is een boek in de categorie thrillers die je gelezen moet hebben. Het betekende in 1987 de doorbraak van James Ellroy en maakte hem wereldberoemd .Zijn boeken hadden veel invloed op het genre van de politieroman, niet in de laatste plaats door de verfilmingen die er van gemaakt zijn. De Zwarte Dahlia is het eerste van een serie boeken die Ellroy situeerde in  Los Angeles in de jaren veertig, vijftig van de vorige eeuw. Hij baseerde zijn roman op een waargebeurde moordzaak. In 1947 werd het lijk gevonden van Elizabeth Short (bijgenaamd de Zwarte Dahlia) op een stuk braakliggend terrein in L.A. De jonge vrouw was zwaar verminkt. De moord trok veel aandacht van de media en de politie deed zijn uiterste best om de zaak op te lossen, maar de moordenaar van Elizabeth Short werd nooit gevonden. In De Zwarte dahlia introduceert James Ellroy Dwight (Bucky) Bleichert en Leland (Lee) Blanchard, twee agenten die beiden een verleden hebben als profbokser. De twee worden vrienden en delen hun passie voor de zaak van de Zwarte Dahlia en voor de zelfde vrouw: Kay. In De Zwarte Dahlia is het uiteindelijk Bleichert, de verteller van het verhaal, die de moord op de Elizabeth Short oplost. Ellroy wist om het historische gegeven heen een sterke roman op te bouwen die opvalt door de grimmige sfeer, de geraffineerde, maar heldere plot, boeiende karakters en sterke dialogen. Het is niet verwonderlijk dat meerdere filmmakers met De Zwarte Dahlia aan de slag wilden. Uiteindelijk won Brian de Palma de strijd en in 2006 bracht hij de verfilming uit met Scarlett Johansson en Josh Hartnett in de hoofdrollen. Een andere filmmaker die bezig was geweest met De Zwarte Dahlia was David Fincher (onder anderen Fight club, Seven, The social network). Stripmaker Matz kwam hier achter toen hij met Fincher in gesprek was over een mogelijke verfilming van zijn successtrip De killer. Samen werkten zij het scenario om zodat het geschikt was voor een stripversie. De schrijfstijlen de sterke dialogen van Ellroy zijn door de bewerkers grotendeels gehandhaafd. Dat heeft als nadeel dat er soms forse lappen tekst op een pagina staan, maar de tekst is sterk genoeg om toch de vaart in het verhaal te houden. Miles Hyman, een in  Frankrijk wonende Amerikaan, maakte er de tekeningen bij. Hij weet de grimmige, donkere sfeer van Ellroys roman goed aan te voelen en in beelden weer te geven.

 

Uitgeverij Casterman 2013; 170 pagina's, kleur; paperback; € 20,00

☺☺☺