zondag 29 september 2013

Chagrijnig rotbeest

De avonturen Kuiken I deel 1: Pwiep ben ik? (Janry & Schmit)

 
Voor veel mensen hebben kuikens een hoog schattigheidsgehalte. Nou, dan kennen ze Kuiken I nog niet! Dit chagrijnige rotbeest slaat zijn tante knock out, vermoord zijn  ongeboren broertje... maar hij is ook nieuwsgierig en stelt zichzelf en zijn omgeving (dit tot grote ergernis van de kippen en andere dieren op de boerderij) voortdurend vragen over het zijn en de zin van het bestaan. 
Kuiken I is een bedenksel van Eric-Emmanuel Schmitt, een redelijk bekende  schrijver van romans, verhalen en toneelstukken. Een aantal van zijn boeken werd verfilmd. In veel van zin werk behandelt Schmitt, die filosofie studeerde, religieuze en filosofische thema's.  Dat doet hij op een heel toegankelijke en prettige manier. Zijn boeken zijn zelden erg dik en heel goed leesbaar. Bekend is de Cyclus van het onzichtbare, een vijftal boekjes waarin hij de wereldreligies behandelt.

De veelzijdige auteur waagt zich met Kuiken I voor het eerst aan een stripverhaal en mag daarvoor samenwerken met niemand minder dan Janry. En, het moet gezegd worden, die is geweldig op dreef. Zijn als mensen handelende dieren zien er geweldig uit. Alleen al de manier waarop hij de personages tekent is goed voor menige glimlach en hij haalt het niveau van de meesters op dit gebied: Franquin en Gotlib.
We kennen Janry vooral als de tekenaar van De kleine Robbe, een strip die bedoeld is voor jonge lezers. Dat is Kuiken I absoluut niet. Schmitt schrijft voor volwassen lezers. Je zou Kuiken I een beetje kunnen vergelijken met de kat van de rabbijn van Joan Sfarr, een andere filosoof die strips maakt. Met dit verschil dat het kuikenkind een stuk egoïstischer en onbeschaafder is.

Vanaf het moment dat hij uit het ei is en kan lopen begeeft Kuiken I zich zich op het pad van de filosofie en gaat daarbij regelmatig de dialoog aan met een rat die een kast vol filosofieboeken (letterlijk) verslindt. Er zijn wel vaker boeken verschenen waarin in stripvorm filosofie of religie werd uitgelegd, maar zelden waren ze ook nog mooi getekend. Dat is niet zo heel erg maar de tekeningen leiden in dat geval ook niet af van wat we voor het gemak maar de boodschap noemen. En daarmee raken we aan het probleem met deze uitgave. Er is iets vreemds aan de hand met Kuiken I. Bij oppervlakkige beschouwing  van het omslag  en de tekeningen denk je te maken te hebben met een prachtig getekende dierenstrip voor een jong publiek. Wie met deze verwachting begint te lezen zal ongetwijfeld na een aantal pagina's teleurgesteld zijn of de verhalen gewoon niet begrijpen. Dit boek komt alleen goed tot zijn recht  als je er met de juiste verwachtingen in begint te lezen. En dan is het erg leuk.

Dupuis 2013
68 pagina's ; softcover stripalbum; € 8,95
☺☺☺

 

donderdag 26 september 2013

Heulen met de rexisten

Nieuwe tijden (Eric Warnauts & Guy Raives)


Eric Warnauts en Guy Raives werken al ruim 25 jaar op de zelfde manier samen, waarbij Warnauts de verhalen schrijft en Raives inkleurt. De rest van het werken aan een verhaal is een soort quatre-mains. Hun eerste stappen op het pad van de strip zetten ze met de serie  Lou Cale, over een detective in Hollywood. Hun echte doorbraak kwam een paar jaar later toen ze stripromans gingen maken voor uitgeverij Casterman. Jarenlang behoorden ze tot de vaste kern medewerkers van het tijdschrift (A suivre) / Wordt vervolgd en leverden ze prima werk af. Vaak kozen ze voor episodes uit de Belgische geschiedenis als bron voor hun verhalen. Ze doken onder anderen in het koloniale verleden, de Tweede Wereldoorlog en de komst van Italiaanse gastarbeiders.  Dat leverde een aantal goede, volwassen en een tikje geëngageerde verhalen op  die de moeite waard blijven om te lezen. De laatste jaren werd er weinig van hun hand meer in het Nederlands vertaald. Daar is nu gelukkig verandering in gekomen.
Nieuwe tijden is een tweedelige familiegeschiedenis die zich afspeelt voor en tijdens de Tweede wereldoorlog in een dorp in de Belgische Ardennen. Centraal staan twee broers: Thomas en Charles Deschamps.  Het is 1938 als Thomas na een verblijf van acht jaar in Belgisch Kongo, terugkeert in zijn dorp. Thomas is een losbol en een flierefluiter die na zijn omzwervingen snel de draad weer oppakt van het leven in zijn dorp. Hij gaat er het hotel leiden dat hij heeft geërfd van zijn oom. Zijn broer Charles is intussen getrouwd met Alice, Thomas' oude liefde. Het weerzien met Charles is niet erg hartelijk. Niet alleen Alice staat tussen hen in, ook hun politieke opvattingen zetten de broers tegenover elkaar. Charles is een gerespecteerd burger die sympathiseert met de rexisten, terwijl Thomas linkse idealen heeft,  waarschuwt voor het gevaar van het opkomende nationalisme en fascisme en een Spaanse communiste als vriendin heeft. Dat zijn de ingrediënten voor een verhaal met voldoende intriges en mooie dialogen om een sterke striproman op te leveren.
De tekeningen en inkleuring  doen denken aan het recente werk van Gibrat en Jarbinet, een vergelijking die zich ook wel een beetje opdringt door het oorlogsthema. Nieuwe tijden  is vooral ook een goed verteld verhaal met een verrassend einde. Het is zelfs een van de betere boeken van het tweetal geworden

Lombard 2013
120 pagina's ; hardcover; € 24,95
☺☺☺☺

maandag 23 september 2013

Een vrijgevochten vrouw

Valentine Pity (Benn)



Voor een tekenaar die al zo lang in het vak zit (zijn eerste strips verschenen in 1969) heeft André Benn een opvallend klein oeuvre. Benn werkte enige tijd als assistent van Peyo aan De Smurfen en dat is aan zijn eerste strips ook goed te zien. Midden jaren zeventig bedacht hij voor Robbedoes de Schotse detective Mick macAdam, een verhaal in de typische stijl van de humorstrips die toen in dat stripblad verschenen. In de loop der jaren werden de verhalen over Mick macAdam realistischer en daarmee ook Benns tekenstijl. De serie kende weinig succes, in tegenstelling tot Woogee, een kortlopende reeks die bij Dargaud verscheen. Na een korte terugkeer van Mick macAdam werd het stil rond de inmiddels de vijftig gepasseerde tekenaar. Totdat in 2010 en 2011 Vanntine Pity ten tonele verscheen in een tweedelig verhaal. De Belgische uitgeverij Saga kwam op het uitstekende idee om beide verhalen in één dikke uitgave te vertalen.

Valentine Pity werd door Benn zelf geschreven en hij kon er zijn voorkeur in kwijt voor het tekenen van de wereld aan het begin van de vorige eeuw. De hoofdpersoon van het verhaal is een vrijgevochten vrouw en avonturierster die als jonge vrouw na de dood van haar ouders door een ongeluk helemaal alleen achterblijft in het hoge noorden, gered wordt door een inuït en bij zijn stam blijft leven. Over haar verblijf bij dit volk gaat het eerste deel. In het tweede deel bevindt ze zich in Frankrijk waar ze kennismaakt met twee broers die pionieren met vliegtuigen en beiden naar haar gunsten dingen. Valentine besluit dat ze ook zelf wil leren vliegen.

Valentine Pity is een interessant personage, ze is een vrouw die lak heeft aan de moraal van haar tijd, ze rijdt auto, bestuurt vliegtuigen, draagt mannenkleren, wat haar zelfs op gevangenisstraf komt te staan, en gaat ongedwongen om met seks. Als ze de eskimo die haar redt vraagt hoe ze hem kan bedanken en de man daarop een voorstel doet, bevredigt ze hem met haar mond.

Valentine Pity draagt onmiskenbaar Benn's stempel, maar het verhaal is realistischer dan we van hem gewend zijn. En daar is niets mis mee. Het is een prima verteld verhaal om met plezier te lezen.

Saga 2013
128 pagina's ; hardcover; € 29,95

☺☺☺

vrijdag 20 september 2013

Hartelijke mensen en liefdevolle ouders

De wezentrein 1 (Xavier Fourquemin & Phiillpe Charlot)

Soms gebeuren er in de geschiedenis dingen waar later niemand over kan of wil praten. Hoofdstukken van de geschiedenis worden verzwegen totdat niemand meer weet dat ze ooit hebben bestaan. Bijvoorbeeld  het hoofdstuk uit de Amerikaanse geschiedenis dat vertelt over de wezentreinen. Hierover vertellen Charlot en Fourquemin in De wezentrein. Hun verhaal is zo aangrijpend dat je bijna niet kunt geloven dat het is gebaseerd op historische feiten. Tussen  1854 en 1929 werden ruim 250.000 kinderen van emigranten die aankwamen in New York  op de trein gezet naar het westen van de Verenigde Staten. Officieel waren al deze kinderen wezen. In de steden waar de trein halt hield werden de weesjes aangeboden aan mogelijke pleegouders. Die hadden op hun beurt de verplichting om de kinderen tot aan hun zeventiende jaar  op te voeden en een opleiding te geven. In de praktijk was er onvoldoende geld en mankracht om te controleren of de pleegouders zich werkelijk aan die afspraak hielden.

In De wezentrein maken we kennis met Jim, het is 1990 en hij is een oude man geworden die op zoek gaat naar informatie over de wezentreinen. Zeventig jaar eerder was hij een van de kinderen die reis maakte van oost naar west samen met zijn broer en zusje. Hij is duidelijk naar een voormalige lotgenoot op zoek, maar in dit eerste deel van het boek wordt nog niet duidelijk wie dat is. De vertederende pagina's waarop Jim als oude man op zoek gaat zijn erg mooi, ze doen denken aan Paco Roca's Rimpels, maar het grootste deel van het boek beschrijft de lotgevallen van Jim, zijn broer en zusje in 1920. Er is van alles aan de hand tijdens de reis maar in veel gevallen blijft het helaas bij aanstippen. Ongetwijfeld wordt een aantal zaken in deel 2 van De wezentrein duidelijker. Vreemd eigenlijk dat de uitgever beide delen van dit tweeluik  niet als één boek uitbrengt zoals bijvoorbeeld wel met Fourquemins vorige boek Miss Endicott het geval was. Ze vormen duidelijk een geheel en het haalt de vaart een beetje uit het verhaal waar in deel 1 nog veel moet worden geïntroduceerd en uitgelegd, wat ten koste gaat van de plot. Niettemin blijft dit boek wel boeien van de eerste tot de laatste pagina, niet in de laatste plaats dankzij het prima tekenwerk. Fourquemin is goed op dreef. Hij maakte een flinke ontwikkeling door met Wisselkind en Miss Endicott en in De wezentrein laat hij zien dat hij ook met verhalen zonder sprookjeselementen goed overweg kan.

Blloan 2013
56 pagina's ; hardcover; € 14,95

☺☺☺☺

maandag 16 september 2013

Een jeugd vol ziekte en dood

Munch (Steffen Kverneland)

 
Om de een of andere reden verschijnen er de laatste tijd veel strips en graphic novels over schilders in het Nederlands. Blijkbaar zien uitgevers, met Oog & Blik / de Bezige Bij voorop, daar wel brood in. En als dat zo is dan hopen ze blijkbaar vooral veel geld te verdienen  aan Vincent van Gogh, die verreweg het vaakst onderwerp van een strip is, met Rembrandt als goede tweede. Maar ja, die zaten al in het fonds. Gelukkig waren er twee Noren om te vertalen , Lars Fiske en Steffen Kverneland die beiden een stripbiografie maakten. En je krijgt er nog een vertaalsubsidie voor ook.  Fiske kwam met Herr Merz over Kurt Schwitters en Kverneland met Munch. Beide boeken zijn inmiddels verschenen en over de laatste van de twee wil ik het hier hebben.

Edvard Munch (1863 - 1944) is vooral wereldberoemd geworden dankzij één veel geciteerd schilderij. Bijna iedereen kent De schreeuw, vaak zelfs zonder het oorspronkelijke schilderij te kennen (eigenlijk moet ik schrijven: de oorspronkelijke schilderijen aangezien er meerdere versies van bestaan) of de maker ervan. Met dank aan de Amerikaanse horrorfilmindustrie!

De schreeuw is zeker niet Munchs enige werk. Bij zijn dood liet hij ruim 1000 schilderijen, 4000 aquarellen, 15.000 afdrukken een paar honderd grafische werken  en enkele beelden na aan de stad Kopenhagen. Genoeg om een museum mee te vullen. Je mag Munch beschouwen als een Noorse Rembrandt of van Gogh. Zijn betekenis voor de beeldende kunst was groot, ook buiten Noorwegen. Hij wordt algemeen beschouwd als één van de grondleggers van het expressionisme, een stroming waarbij kunstenaars niet zozeer weergeven wat ze zien, maar proberen weer te geven wat ze er bij voelen.

In de proloog van Munch spreekt Kverneland met zijn collega Fiske over zijn voornemen om een strip over Edvard Munch te maken. Fiske daagt hem uit om er de ultieme Munch-biografie van te maken door uitsluitend gebruik te maken van teksten die Munch zelf schreef of die tijgenoten over hem schreven. Kverneland gaat de uitdaging aan en werkt uiteindelijk zeven jaar aan deze strip. Ten opzichte van alle biografen voor hem is Kverneland in het voordeel, want hij maakt niet alleen gebruik van tekst maar ook van beeld. Dat stelt hem in staat om ook datgene uit te drukken wat niet in worden uit valt te drukken. Hij legt vooral de nadruk op Munchs jeugd en zijn werk van rond de vorige eeuwwisseling, waartoe ook De Schreeuw (1893) behoort. Munchs jeugd wordt gekenmerkt door ziekte en dood. Hij had zelf een zwakke gezondheid en zijn moeder stierf toen hij vijf jaar was. De vroege dood van zijn zus op vijftienjarige leeftijd zette hem aan tot schilderen.  Hij leefde voortdurend in angst voor het verlies van zijn dierbaren, zijn vader stierf in 1898 toen hij als schilder werkte in Parijs. Die angst is bijna tastbaar aanwezig in zijn vroege werk dat buitengewoon somber en pessimistisch is. Munch en zijn tijdgenoten zetten de kunstwereld op zijn kop met hun bohemienbestaan en hun expressieve en uitdagende werk en dat leverde roem en verguizing op. In zijn schilderijen zocht Munch naar eenvoud en beeldde hij primaire emoties uit zoals angst waarbij hij grote thema's zoals dood en waanzin niet uit de weg gaan en tastbaar maakte door zijn kleurgebruik. In zijn grafische werk was hij veel gedetailleerder.

Beide invloeden zijn terug te vinden in de getekende biografie van Munch. Kverneland wisselt voortduren van stijl en wisselt uiterst kleurrijke pagina's af met pagina's in zwart-wit of een heel beperkt aantal kleuren. Merkwaardig genoeg vormt het toch, net als het werk van zijn onderwerp, een eenheid.

Munch is een aangename eerste of hernieuwde kennismaking met het werk van Edvard Munch. Nieuwe inzichten biedt Kverneland echter niet, wat vooral de moeite waard is aan de eerste kennismaking met deze Noorse stripmaker is zijn vermogen om bij iedere pagina de juiste grafische invulling te vinden en dit ook nog eens perfect weer te geven. Dit vakmanschap draagt er absoluut aan bij dat Munch meer is geworden dan de zoveelste kunstenaarsbiografie in stripvorm, het is ook een meeslepende grafische roman die duidelijk maakt waartoe een goede stripmaker, die gepassioneerd aan zijn oeuvre werkt, in staat is.


Oog & Blik 2013

280 pagina's ; hardcover; $ 34,95


☺☺☺☺