woensdag 20 september 2017

Op reis met een pratende geit

WAAR DE MIEREN HEEN GAAN (Michel Plessix & Frank Le Gall)
Kort voor zijn dood verscheen er na jaren weer nieuw werk van Michel Plessix in een Nederlandse vertaling: Waar de mieren heen gaan. Michel Plessix werd bekend met zijn bewerking in stripvorm van Kenneth Grahames boek De wind in de wilgen en zijn vervolg hierop: De wind in de woestijn.
Waar de mieren heen gaan borduurt hier in zekere zin op voort. Het is getekend in de zelfde stijl met tot in de kleinste grappige details uitgewerkte tekeningen, Voor het verhaal deed hij dit keer een beroep op Frank Le Gall, die de nostalgisch ingestelde stripliefhebbers nog kennen van de zeevaartreeks Theodoor Cleysters. Hun samenwerking leverde een prachtig boek op.
Waar de mieren heen gaan is een soort oosters sprookje met een wat mystieke inslag. Net als het tekenwerk is ook het verhaal rijk aan details en verwijzingen naar bijvoorbeeld andere sprookjes.
Het is, zoals dat bij sprookjes hoort, op het eerste gezicht een eenvoudig verhaal. De Marokkaanse Saïd is een wat dromerige jongen die graag filosofeert. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af waar de mieren die hij in colonne achter elkaar aan voort ziet kruipen heen gaan. Hij is er namelijk van overtuigd dat ze een doel hebben. Op een dag krijgt de jongen bezoek van zijn opa, die hem mee neemt naar het platteland. De oude man vindt dat hij lang genoeg geiten heeft gehoed, gaat op pelgrimstocht en laat Saïd achter bij de kudde. Onder de geiten bevindt zich er een die kan praten waarmee hij grappige gesprekken heeft. Het hoeden van de geiten boeit de jongen niet erg, veel liever gaat hij de mieren achterna om te zien waar ze heen gaan. Samen met de pratende geit begint hij aan zijn eigen bedevaart, een reis die een verrassende ontknoping heeft,
Waar de mieren heen gaan is een verhaal waarin terloops allerlei levenswijsheid en grote thema's zoals liefde, hebzucht, het doel van je leven voorbijkomen. Het doet met zijn pratende geit en oosterse setting wel wat denken aan De kat van de rabbijn van Sfarr, maar heeft zijn heel eigen sfeer. Een sprookje voor jong en oud dat een groot publiek verdient.
Casterman 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

☺☺☺☺

vrijdag 1 september 2017

Een huis vol herinneringen

LA CASA (Paco Roca)


In 2007 verscheen Rimpels van Paco Roca. Ondanks, of misschien wel dankzij het onalledaagse thema werd deze grafische roman over een dementerende, oude man een bestseller. Niet alleen in eigen land, maar tot ver buiten Spanje werd het boek verkocht en reageerden pers en publiek enthousiast. Een onbedoeld bijeffect van zijn succes is dat Roca tegenwoordig wordt gezien als een soort frontman van de nieuwe generatie Spaanse stripmakers. (zie mijn bespreking van Spanish fever).
Van Rimpels verscheen de Nederlandse vertaling bij Silvester, maar daarna bleef het lange tijd stil. Tot nu toe. Bij soul food comics verscheen La casa.
Het huis (la casa in het Spaans) waarnaar de titel van dit boek verwijst, staat ergens op het Spaanse platteland. Het werd met eigen handen gebouwd door Antonio als vakantiehuis voor hem, zijn vrouw en drie kinderen. De laatste jaren van zijn leven woont hij er na het uitzwermen van zijn kinderen en  de dood van zijn vrouw nog alleen. Nadat Antonio ook zelf is overleden besluiten zijn kinderen om het huis te verkopen en ze komen een weekend bij elkaar om het huis op te knappen voor de verkoop. Het spreekt bijna vanzelf dat daarbij allerlei herinneringen naar boven komen en er oude en nieuwe wederzijdse ergernissen en spanningen opkomen.
Hollywooddrama? Integendeel! Paco Roca pakt het onderwerp vakkundig aan en levert een gevoelig verhaal af dat nergens te sentimenteel wordt. Natuurlijk wordt er veel gepraat in dit boek, maar ook hier toont Roca zijn vakmanschap. Door een uitgekiende pagina-indeling en een slimme afwisseling van tijden met elk een eigen kleurenpalet wordt het ondanks de vele dialogen nooit saai en identificeer je je zonder moeite met overtuigende personages onder helaas voor velen herkenbare omstandigheden.
La casa is een geslaagd verhaal dat Paco Roca maakte als een eerbetoon aan zijn vader. Van Guus van Sonsbeek, de eerder dit jaar overleden oprichter van soul food comics, is het een geschenk aan zijn eigen zoon.
Roca liet al eerder zien dat hij moeilijke onderwerpen (zoals ouderdom) niet uit de weg gaat en levert met La casa een boek op dat we zonder overdrijven mogen rekenen tot het beste dat dit jaar verschijnt.
Soul food comics 2017; 132 pagina's;hardcover, kleur; € 22,50

☺☺☺☺☺

zondag 23 juli 2017

Een prima introductie op de nieuwe Spaanse strip

SPANISH FEVER (samenstelling Santiago Garcia)

Na de dood van dictator Franco beleefde het Spaanse stripverhaal een bloeiperiode. Striptijdschriften schoten als paddenstoelen uit de grond, Spanjaarden konden nu ook kennismaken met strips voor volwassenen die voorheen verboden waren en Spaanse stripmakers hoefden niet langer op zoek te gaan naar werk buiten de landsgrenzen.
Er werd veel vertaald, maar het was ook de tijd waarin een nieuwe generatie striptekenaars doorbrak en zelfs internationaal succes zou kennen: Ruben Pellejero, Daniel Torres, Manfred Sommer… Jordi Bernet, die tot dan toe vooral voor Franse en Belgische uitgevers tekende maakte zijn beste strip voor een Spaans stripblad: Torpedo.
Aan die bloeiperiode kwam abrupt een eind aan het einde van de jaren negentig. Net als in de rest van Europa verdween het ene na het andere striptijdschrift en de markt voor volwassen stripverhalen zakte ineen. Jonge stripmakers zagen zich opnieuw gedwongen om buiten Spanje naar uitgevers te zoeken. Er waren er die voor Marvel gingen werken en anderen klopten aan bij Franse uitgevers, in het geval van Juan Guarnido leverde dat een bestseller op: Blacksad. In Spanje zelf werden de stripschappen hoofdzakelijk gevuld met superheldenstrips en manga.
Het tij keerde zo'n tien jaar geleden met de opkomst van de graphic novel. Persepolis van Marjane Satrapi, Palestine van Joe Sacco en Fun Home van Alison Bechdel sloegen ook in Spanje aan. Dat inspireerde een nieuwe generatie stripmakers om ook graphic novels te maken. Het eerste succes kwam in 2007 met Maria y yo van Gallardo en Rimpels van Paco Roca. Van Rimpels werden meer dan 70.000 exemplaren verkocht, het werd in vele talen vertaald en er werd een tekenfilm van gemaakt. Roca werd de voorman van de nieuwe Spaans strip. Het leverde een hoop nieuwe namen op, maar ook een aantal oudgedienden zoals Max (Bardin de surrealist), Miguel Gallardo of Pere Joan zagen nieuwe mogelijkheden in het format van de graphic novel.
Het leverde nu al een aantal klassiekers op zoals El arte de volar van Altarriba en Kim. Er is tot nu toe erg weinig vertaald in het Nederlands, dus het loont de moeite om eens een stripwinkel of de stripafdeling van de FNAC binnen te stappen als je een keer in bijvoorbeeld Barcelona bent, om te zien wat er tegenwoordig aan oorspronkelijk Spaanse graphic novels gemaakt wordt, maar Spanish Fever is alvast een prima introductie. Deze bloemlezing verscheen oorspronkelijk vijf jaar geleden als Panorama in Spanje en werd opgepikt door Fantagraphics in Amerika, dat er een Engelstalige versie van uitbracht. Het is een dikke en kleurrijke bundel verhalen die laat zien dat er in Spanje momenteel erg goede stripverhalen gemaakt woorden met een enorme variatie aan stijlen en thema's.
Fantagraphics 2017; 300 pagina's; paperback, kleur; Prijs $29,99

☺☺☺☺

donderdag 6 juli 2017

Zwart-wit met bloedrode accenten

IK, MOORDENAAR (Keko & Antonio Altarriba)
Altarriba en Keko (José Antonio Godoy) zijn twee van de auteurs die het Spaanse stripverhaal de laatste jaren nieuw leven hebben ingeblazen. Keko brak als tekenaar door in 2011 met La protectora, een bewerking van Henry James' The taming of the shrew. Altarriba schrijft romans en scenario's. Hij oogstte veel lof voor El arte de voler, getekend door Kim (Joaquim Aubert Puigarnau),waarin hij een halve eeuw Spaanse geschiedenis vertelt aan de hand van het leven van zijn vader. Een verhaal van Kim en Altarriba is opgenomen in Spanish Fever.
In het dagelijks leven is Altarriba docent aan een universiteit. Wellicht inspireerde deze omgeving hem tot het schrijven van Ik, moordenaar. De hoofdpersoon van dit boek, Enrigue Rodriguez Ramirez is professor kunstgeschiedenis aan de universiteit van Baskenland. Zijn specialiteit is pijn, lijden en marteling in de westerse schilderkunst, een thema dat hij in zijn colleges verkent aan de hand van het werk van mensen zoals Goya, Munch en Bacon.
Maar het blijft voor Rodriguez niet bij de theorie, hij is zelf ook kunstenaar, een performancekunstenaar zonder publiek. Rodriguez beschouwt het vermoorden van mensen als de puurste vorm van kunst en begaat onopgemerkt de ene na de andere moord. Hij bereidt zijn acties zorgvuldig voor en doodt nooit twee keer op dezelfde manier. Hij werkt zijn moorden zo geraffineerd uit dat hij ongemerkt zijn gang kan blijven gaan. Totdat een collega en rivaal van hem wordt vermoord en hij de eerste verdachte is.
Ik, moordenaar is dus geen whodunit, vanaf de eerste pagina is duidelijk wie de moordenaar is, maar de lezer krijgt in dit in de ik-vorm vertelde verhaal een kijkje in zijn geest, waar gek en geniaal heel dicht bij elkaar liggen. Toch is Ik, moordenaar een spannend verhaal want ontdekking ligt natuurlijk voortdurend op de loer en hoe blijft Rodriguez, hoe geniaal hij ook is, uit handen van de politie? Maar het is niet alleen spannend, het bevat ook schitterende dialogen en mooi tekenwerk. Keka heeft goed gekeken naar de meesters van de zwart-wittekening zoals Will Eisner en Alberto Breccia en bewijst zijn talent met deze gruwelijke graphic novel in zwart-wit met bloedrode accenten.
Scratch 2017; 136 pagina's; hardcover, zwart-wit met rood; € 24,90

☺☺☺☺

zaterdag 24 juni 2017

Een gril van het lot

HIBAKUSHA (Olivier Cinna & Thilde Barboni)
De titel van dit boek verwijst naar een Japans woord voor 'de overlevende van de bom'. Met deze bom wordt de atoombom bedoeld die in 1945 Hiroshima en Nagasaki verwoestte. Deze historische gebeurtenis vormt de achtergrond waartegen Hibakusha zich afspeelt.
Ludwig Mueller is een jonge Duitse vertaler ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.  Hij staat op een unt in zijn leven dat hij zijn huwelijk en zijn rol als vader beu is. Dan wordt hij door de nazi's naar Japan gestuurd om er militaire teksten te vertalen. Zijn komst naar Japan betekent een terugkeer naar het verleden, een liefde in het heden en een schaduw naar de toekomst.
Ludwig leert een Japanse vrouw kennen met wie hij een gepassioneerde verhouding begint en waar door de val van de bom een einde aan komt. Maar door een gril van het lot zal het beeld van hem voor altijd in steen gevangen blijven.
Het eerste dat opvalt aan Hibakusha zijn de mooie, krachtige penseeltekeningen van Olivier Cinna, voor wie dit zijn eerste Nederlandse vertaling is. Het is een aangename kennismaking. Het scenario van Hibakusha werd geschreven door Thilde Barboni op basis van haar eigen novelle Hiroshia, fin de transmission. Het is haar eerste stripscenario en het hoogdravende taalgebruik nemen we voor lief, maar haar onervarenheid blijkt vooral uit het feit dat ze erg veel in maar 64 pagina's heeft willen stoppen. Een liefdesverhaal, een verhaal over een man die worstelt met zijn geweten, het verlangen van een vader naar zijn kind, de wreedheid van het militaire apparaat, het is nogal veel voor zo'n beperk aantal pagina's.
Dat het verhaal desondanks overeind blijft en indruk weet te maken is vooral te danken aan het mooie tekenwerk van Cinna.
Dupuis 2017; 64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

☺☺☺

zondag 18 juni 2017

Een eerbetoon aan de schilderkunst

VERSTILD LEVEN (Oriol & Zidrou)
In Verstild leven voeren Zidrou en Oriol de kunstschilder Vidal Balaguer (1873-1899) ten tonele, een tijdgenoot van onder andere Picasso, die einde negentiende eeuw in Barcelona actief was. Hij maakte een stormachtige carrière waar plotseling een einde aan kwam. Balaguer weigerde vaak om zijn werk te verkopen en daarom is er niets van hem terug te vinden in musea. Hijzelf verdween zonder een spoor achter te laten in 1899.
Voor die plotselinge verdwijning geeft Zidrou een magisch-realistische verklaring. Met zijn penseel laat Balanguer verdwijnen wat hij heeft geschilderd. Daar komt hij achter als een van zijn modellen verdwijnt en de politie een onderzoek instelt.
Zidrou en Oriol schetsen een mooi beeld van het artistieke milieu in Barcelona rond de eeuwwisseling dat zich grotendeels afspeelt in Els Quatre Gats, de kunstenaarssociëteit waar de modernisten samenkomen. Oriol (De huid van de beer, Drie vruchten) heeft zich helemaal uitgeleefd op het artwork dat een eerbetoon is aan de schilderkunst. Het levert een prachtig boek op.
Maar dat niet alleen. Het is ook een geslaagde grap. Wie op zoek gaat naar Balaguer via Google komt al snel terecht op een fakepagina van Wikipedia. Balaguer heeft nooit bestaan, maar werd bedacht door Zidrou en Oriol. Dan blijkt Verstild leven de biografie te zijn van een fictief personage. Maar wel een mooie. Knap gedaan.

64 pagina's; hardcover, kleur; € 17,95

maandag 12 juni 2017

Een uitvreter in huis

DE ZWERVER (Maarten de Saeger)
In mei 2015 debuteerde Maarten de Saeger met Mijn begrafenis, een knap gemaakte graphic novel met een verrassende plot. Krap twee jaar later is er zijn tweede boek De zwerver. Verwacht net als in Mijn Begrafenis geen sympathieke hoofdpersonen. Het verhaal draait om Ines, een neurotische vrouw die ieder uur van haar leven inplant en voor wie alles op de juiste plaats moet staan. Hannes is een slome sul zonder een greintje eigen initiatief. En tot slot is er de zwerver, een uitvreter.
Tot grote verrassing van hun kennissenkring worden Ines en Hannes een stel en gaan ze samenwonen. Maar al na korte tijd komt Ines erachter dat ze niets meer om Hannes geeft. Dat vertelt ze hem en vervolgens kan Hannes vertrekken. Hannes probeert elders een eigen leven op te bouwen net als zijn ex, maar hij kan haar niet vergeten en zoekt troos bij een opblaaspop. Ines is intussen in een klein huis buiten de stad gaan wonen. Alleen. Tot ze op een dag de zwerver ontmoet. Hij is behulpzaam, klust voor Ines in haar huis, strooit met mystieke wijsheden en is niet van plan om het huis van Ines nog te  verlaten. Hij dringt zich aan haar op en als de situatie haar steeds meer gaat benauwen belt Ines haar ex en vraagt hem om hulp. Maar kan deze slappeling wel op tegen de zwerver of valt hij ook aan hem ten prooi?
Met De zwerver heeft Maarten de Saeger opnieuw een knap verhaal gemaakt over elkaar wederzijds  aantrekken en afstoten. Serieus en ook licht absurdistisch. Hij gebruikt een eenvoudige tekenstijl met minimale decors en zonder overbodige details zodat niets de aandacht afleidt van het verhaal.
Uitgeverij Bries; 176 pagina's; paperback, zwart/wit; € 20,00

☺☺☺☺